Gerelateerd aan Jona 1:7

Gerelateerd aan Jona 1:7

1 Samuel 14:41

En Saul vroeg de HEER: 'God van Israël, breng de waarheid aan het licht!' Jonatan en Saul werden aangewezen; de soldaten gingen vrijuit.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Spreuken 16:33

Men werpt het lot in een mantel, de HEER bepaalt hoe het valt.
Gerelateerd aan Jona 1:7

1 Samuel 10:20

Samuël liet de stammen van Israël aantreden en het lot viel op de stam Benjamin.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Jozua 7:13

Zorg ervoor dat het volk zich reinigt. Geef het volgende bevel: "Wees morgen rein, want dit zegt de HEER, de God van Israël: jullie hebben goederen in je bezit waarop mijn ban rust, Israëlieten. Jullie zullen niet kunnen standhouden tegen je vijanden totdat jullie die hebben weggedaan.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Numeri 32:23

Maar doet u dit niet, dan zondigt u tegen de HEER en zult u de gevolgen van uw zonde ondervinden.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Jesaja 41:6

De mensen schieten elkaar te hulp, de een zegt tegen de ander: ‘Houd moed!’
Gerelateerd aan Jona 1:7

Jozua 7:10

De HEER sprak hierop tot Jozua: 'Sta op! Wat lig je daar nu op de grond!
Gerelateerd aan Jona 1:7

1 Korinthe 4:5

Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat de mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Psalmen 22:18

(22:19) verdelen mijn kleren onder elkaar en werpen het lot om mijn mantel.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Jozua 22:16

'Wij spreken namens het volk van de HEER. De volksvergadering wil weten waarom u de God van Israël ontrouw bent geworden door dat altaar te bouwen. Vanwaar deze ontrouw waarmee u zich van de HEER hebt afgekeerd en tegen hem in opstand bent gekomen?
Gerelateerd aan Jona 1:7

Job 10:2

Tegen God zal ik zeggen: "Veroordeel mij niet, laat me weten waarom u mij bestrijdt.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Richteren 20:9

We zullen Gibea niet ongemoeid laten! Door loting
Gerelateerd aan Jona 1:7

Handelingen 1:23

Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Handelingen 13:19

In Kanaän onderwierp hij zeven volken, en hun land gaf hij in bezit aan onze voorouders.
Gerelateerd aan Jona 1:7

1 Samuel 14:38

Toen zei Saul: 'Laat alle aanvoerders aantreden en laten we uitzoeken wat voor zonde vandaag is begaan.
Gerelateerd aan Jona 1:7

Richteren 7:13

Toen Gideon aankwam, was er juist iemand aan het vertellen wat hij had gedroomd. 'Wat ik nu toch gedroomd heb!' zei hij. 'Een gerstebrood rolde razendsnel rond door het kamp, botste tegen een tent aan en kegelde die omver, zodat hij in elkaar zakte.'
Gerelateerd aan Jona 1:7

Mattheüs 27:35

Nadat ze hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen,
Gerelateerd aan Jona 1:7

Esther 3:7

In de eerste maand van het twaalfde regeringsjaar van koning Ahasveros, de maand nisan, liet Haman in zijn persoonlijke aanwezigheid het poer werpen, dat wil zeggen het lot, over alle dagen en over alle maanden, een voor een, tot en met de twaalfde maand, de maand adar.