SV17Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV17They say unto the blind man again, What sayest thou of him, that he hath opened thine eyes? He said, He is a prophet.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version