Gerelateerd aan Johannes 8:46

Gerelateerd aan Johannes 8:46

Hebreeën 4:15

Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Johannes 14:30

Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij,
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Markus 11:31

Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel, ”zal hij zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?”
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Mattheüs 21:25

In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel, ”dan zal hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?”
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Johannes 8:7

Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Johannes 18:37

Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat ik koning ben, ‘zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.’
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Johannes 15:10

je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Johannes 16:8

Wanneer hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is:
Gerelateerd aan Johannes 8:46

Hebreeën 7:26

Een hogepriester als hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven.
Gerelateerd aan Johannes 8:46

1 Petrus 2:22

die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam.
Gerelateerd aan Johannes 8:46

2 Korinthe 5:21

God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.