Johannes 4:31-34

SV

31En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.
32Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.
33Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?
34Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge.

KJV

31In the mean while his disciples prayed him, saying, Master, eat.
32But he said unto them, I have meat to eat that ye know not of.
33Therefore said the disciples one to another, Hath any man brought him ought to eat?
34Jesus saith unto them, My meat is to do the will of him that sent me, and to finish his work.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.