Gerelateerd aan Johannes 20:3-10

Gerelateerd aan Johannes 20:3

Lukas 24:12

Petrus echter stond op en rende naar het graf. Hij bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was.
Gerelateerd aan Johannes 20:4

2 Samuel 18:23

'Toch doe ik het!' 'Ga dan maar, 'zei Joab. En Achimaäs rende weg, over de vlakte, en haalde de Nubiër in.
Gerelateerd aan Johannes 20:4

2 Korinthe 8:12

Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet heeft, maar van wat u heeft.
Gerelateerd aan Johannes 20:4

1 Korinthe 9:24

Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden er maar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint.
Gerelateerd aan Johannes 20:4

Leviticus 13:30

moet de priester ernaar kijken. Als hij vaststelt dat de aandoening diep in de huid ligt en het haar op de aangetaste plek geel en dun is, moet hij de betreffende persoon onrein verklaren. Het is dan een ziekelijke uitslag, huidvraat aan hoofd of kin.
Gerelateerd aan Johannes 20:5

Johannes 19:40

Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis.
Gerelateerd aan Johannes 20:5

Johannes 20:11

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf,
Gerelateerd aan Johannes 20:5

Johannes 11:44

De dode kwam te voorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’
Gerelateerd aan Johannes 20:6

Johannes 21:7

De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op-meer had hij niet aan-en sprong in het water.
Gerelateerd aan Johannes 20:6

Johannes 21:15

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’
Gerelateerd aan Johannes 20:6

Johannes 18:25

Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. ‘Ben jij soms ook een leerling van hem?’ vroegen ze. ‘Nee, ‘ontkende Petrus, ‘ik niet.’
Gerelateerd aan Johannes 20:6

Lukas 22:31

Simon, Simon, weet dat Satan jullie voor zich heeft opgeëist om jullie als graan te mogen zeven.
Gerelateerd aan Johannes 20:6

Mattheüs 16:15

Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’
Gerelateerd aan Johannes 20:6

Johannes 18:17

Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ ‘Nee, ik niet, ‘zei hij.
Gerelateerd aan Johannes 20:6

Johannes 6:67

Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’
Gerelateerd aan Johannes 20:7

Johannes 11:44

De dode kwam te voorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’
Gerelateerd aan Johannes 20:8

Johannes 20:4

Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf.
Gerelateerd aan Johannes 20:8

Johannes 20:25

Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’
Gerelateerd aan Johannes 20:8

Johannes 1:50

Jezus vroeg: ‘Geloof je omdat ik tegen je zei dat ik je onder de vijgenboom zag zitten? Je zult nog grotere dingen zien.’
Gerelateerd aan Johannes 20:8

Johannes 20:29

Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
1
2
3
Volgende