SV
3En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.
18Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637