Gerelateerd aan Johannes 14:22

Gerelateerd aan Johannes 14:22

Lukas 6:16

Judas, de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot, die een verrader werd.
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Handelingen 1:13

Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Mattheüs 10:3

Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs,
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Handelingen 10:40

maar God heeft hem op de derde dag weer tot leven gewekt en hem aan de mensen laten verschijnen,
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Johannes 6:60

Veel leerlingen die het gehoord hadden zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Johannes 16:17

Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”?
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Judas 1:1

Van Judas, dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus. Aan allen die geroepen zijn en aan wie de liefde van God, de Vader, en de bescherming van Jezus Christus ten deel vallen.
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Johannes 3:9

‘Maar hoe kan dat?’ vroeg Nikodemus.
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Johannes 3:4

‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Markus 3:18

Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Matteüs, Tomas, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon Kananeüs
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Johannes 4:11

‘Maar heer, ‘zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep-waar wilt u dan levend water vandaan halen?
Gerelateerd aan Johannes 14:22

Johannes 6:52

Nu begonnen de Joden heftig met elkaar te discussiëren: ‘Hoe kan die man ons zijn lichaam te eten geven!’