Gerelateerd aan Johannes 13:27
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Lukas 22:3
Toen nam Satan bezit van Judas, bijgenaamd Iskariot, een van de twaalf.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Handelingen 5:3
Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden?
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Jakobus 1:13
Wie in verleiding komt, moet niet beweren: 'Die verleiding komt van God.' Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Prediker 9:3
alle mensen treft hetzelfde lot. Dat is zo triest bij alles wat de mensen doen onder de zon; en hoe triest ook dat hun hart hun leven lang vol kwaad en dwaasheid is, en dat hun leven eindigt bij de doden.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Mattheüs 12:45
Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, die slechter zijn dan hijzelf, en zij allen nemen daar blijvend hun intrek. En zo is de mens bij wie de demon intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen. Zo zal het ook gaan met deze verdorven generatie.’
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Spreuken 1:16
want ze haasten zich om kwaad te doen en zijn op bloed belust.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Johannes 13:2
Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Jeremia 2:24
een wilde ezelin, thuis in de woestijn, die elke ezel ruikt, tochtig als ze is. Wie kan haar drift aan banden leggen? Geen ezel hoeft moeite te doen, bronstig als ze is, laat ze zich makkelijk vinden.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Daniel 2:15
Hij vroeg de gevolmachtigde van de koning: 'Waarom heeft de koning zo'n wreed bevel uitgevaardigd?' Daarop legde Arjoch hem de zaak uit.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Psalmen 109:6
'Wijs een gewetenloos man aan die hem aanklaagt bij de rechter.
Gerelateerd aan Johannes 13:27
1 Koningen 18:27
Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: 'Roep zo hard u kunt! Hij is toch een god? Hij heeft zeker iets anders te doen. Ik denk dat hij zich even moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u hem wekken!'
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Markus 6:25
Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’
Gerelateerd aan Johannes 13:27
Lukas 8:32
Op de berghelling liep op dat ogenblik een grote kudde varkens te grazen, en de demonen smeekten Jezus om hun toe te staan hun intrek in de varkens te nemen. Hij stond hun dat toe.