Gerelateerd aan Johannes 13:23
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 20:2
Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 21:7
De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op-meer had hij niet aan-en sprong in het water.
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 19:26
Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,‘
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 21:20
Toen Petrus zich omdraaide zag hij dat de leerling van wie Jezus hield hen volgde-de leerling die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had om te vragen wie het was die hem zou verraden.
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Openbaring 1:16
In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon.
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 11:36
en de Joden zeiden: ‘Wat heeft hij veel van hem gehouden!’
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 1:18
Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft hem doen kennen.
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 21:24
Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, en het ook heeft opgeschreven. Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is.
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 11:5
Jezus hield veel van Marta en haar zuster, en van Lazarus.
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 13:25
Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’
Gerelateerd aan Johannes 13:23
Johannes 11:3
De zusters stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’
Gerelateerd aan Johannes 13:23
2 Samuel 12:3
de arme man had niet meer dan één lammetje kunnen kopen. Hij koesterde het en het groeide bij hem op, samen met zijn kinderen. Het at van zijn brood en dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot; hij had het lief als een dochter.