Gerelateerd aan Johannes 11:7-8

Gerelateerd aan Johannes 11:7

Johannes 10:40

Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerder gedoopt had. Daar bleef hij.
Gerelateerd aan Johannes 11:7

Lukas 9:51

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem.
Gerelateerd aan Johannes 11:7

Handelingen 20:22

Nu ben ik op weg naar Jeruzalem, gedreven door de Geest, zonder te weten wat me daar te wachten staat,
Gerelateerd aan Johannes 11:7

Handelingen 15:36

Niet lang daarna zei Paulus tegen Barnabas: ‘Laten we teruggaan naar alle steden waar we het woord van de Heer hebben verkondigd, om te zien hoe het daar met de leerlingen gaat.’
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Johannes 10:31

Toen de Joden weer stenen opraapten omdat ze hem wilden stenigen,
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Johannes 8:59

Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Psalmen 11:1

Voor de koorleider. Van David. Schuilen doe ik bij de HEER. Hoe kunnen jullie dan zeggen: 'Vogel, vlieg weg naar de bergen!
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Johannes 10:39

En weer wilden ze hem grijpen, maar hij ontsnapte.
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Mattheüs 16:21

Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt.
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Mattheüs 23:7

en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd.
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Handelingen 20:24

Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade.
Gerelateerd aan Johannes 11:8

Handelingen 21:12

Toen we dit hoorden, drongen wij en de gelovigen van Caesarea er bij Paulus op aan om niet naar Jeruzalem te reizen.