Gerelateerd aan Johannes 11:26
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 10:28
Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 5:24
Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Romeinen 8:13
Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 6:50
Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
1 Johannes 5:10
Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 14:10
Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 8:51
Waarachtig, ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 6:54
Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 3:15
opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 9:35
Jezus hoorde dat en zocht hem op. Hij vroeg: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Johannes 4:14
‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Mattheüs 26:53
Weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen en dat hij mij dan onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen?
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Mattheüs 9:28
En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’
Gerelateerd aan Johannes 11:26
Markus 9:23
Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’