Gerelateerd aan Job 38:8, 10-11
Gerelateerd aan Job 38:8
Genesis 1:9
God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het.
Gerelateerd aan Job 38:8
Jeremia 5:22
Hebben jullie geen ontzag voor mij? -spreekt de HEER. Beven jullie niet voor mij? Ik heb met zand de zee aan banden gelegd, haar een vaste grens gesteld. Haar golven donderen, maar tevergeefs, ze bruisen onstuimig, maar worden gestuit.
Gerelateerd aan Job 38:8
Spreuken 8:29
toen hij aan de zeeën grenzen stelde, het water met zijn woord zijn plaats gaf, de fundamenten van de aarde legde.
Gerelateerd aan Job 38:8
Psalmen 33:7
Hij verzamelt het zeewater en sluit het in, hij bergt de oceanen in schatkamers weg.
Gerelateerd aan Job 38:8
Psalmen 104:8
naar hoog in de bergen, naar diep in de dalen, naar de plaatsen die u had bepaald.
Gerelateerd aan Job 38:8
Job 38:10
Ik legde haar mijn grenzen op en sloot haar af met deur en grendelbalk,
Gerelateerd aan Job 38:10
Psalmen 104:9
U stelde een grens die zij niet overschrijden, nooit weer zullen zij de aarde bedekken.
Gerelateerd aan Job 38:10
Jeremia 5:22
Hebben jullie geen ontzag voor mij? -spreekt de HEER. Beven jullie niet voor mij? Ik heb met zand de zee aan banden gelegd, haar een vaste grens gesteld. Haar golven donderen, maar tevergeefs, ze bruisen onstuimig, maar worden gestuit.
Gerelateerd aan Job 38:10
Job 26:10
Hij trekt een cirkel rond de wateren, langs de verste grens van licht en duisternis.
Gerelateerd aan Job 38:10
Genesis 1:9
God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het.
Gerelateerd aan Job 38:10
Genesis 9:15
zal ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt.
Gerelateerd aan Job 38:10
Psalmen 33:7
Hij verzamelt het zeewater en sluit het in, hij bergt de oceanen in schatkamers weg.
Gerelateerd aan Job 38:11
Psalmen 89:9
(89:10) U heerst over de hoog rijzende zee-verheffen zich haar golven, u brengt ze tot rust.
Gerelateerd aan Job 38:11
Spreuken 8:29
toen hij aan de zeeën grenzen stelde, het water met zijn woord zijn plaats gaf, de fundamenten van de aarde legde.
Gerelateerd aan Job 38:11
Markus 4:39
Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust.
Gerelateerd aan Job 38:11
Lukas 8:32
Op de berghelling liep op dat ogenblik een grote kudde varkens te grazen, en de demonen smeekten Jezus om hun toe te staan hun intrek in de varkens te nemen. Hij stond hun dat toe.
Gerelateerd aan Job 38:11
Psalmen 65:6
(65:7) U hebt met kracht de bergen vastgezet, u bent omgord met macht,
Gerelateerd aan Job 38:11
Psalmen 93:3
De stromen verheffen, HEER, de stromen verheffen hun stem, luid verheffen de stromen hun stem.
Gerelateerd aan Job 38:11
Psalmen 76:10
(76:11) Wie in woede tegen u opstond, zal u loven, wie ontkwam aan uw woede, omgordt zich met gejuich.
Gerelateerd aan Job 38:11
Job 1:22
Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt.
1
2