Gerelateerd aan Job 38:28
Gerelateerd aan Job 38:28
Jeremia 14:22
Brengen die nietige goden van andere volken soms regen, of schenkt de hemel buien uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch? Wij vestigen onze hoop op u, want u hebt alles gemaakt.’
Gerelateerd aan Job 38:28
Psalmen 147:8
voor hem die de hemel met wolken bedekt, die de aarde met regen doordrenkt, die het gras op de bergen laat groeien,
Gerelateerd aan Job 38:28
2 Samuel 1:21
Bergen van Gilboa, draag geen dauw meer, duld geen regen op je hooggelegen velden: daar ligt het heldenschild, vertrapt, het schild van Saul, vergeten en verwaarloosd.
Gerelateerd aan Job 38:28
1 Samuel 12:17
Het is toch de tijd van de tarweoogst? Ik zal de HEER aanroepen en hij zal het laten onweren en regenen. Dan zult u eindelijk inzien dat de HEER het volstrekt ontoelaatbaar vindt dat u om een koning hebt gevraagd.'
Gerelateerd aan Job 38:28
Mattheüs 5:45
alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Gerelateerd aan Job 38:28
Jeremia 10:13
als hij zijn stem verheft, ruist water uit de hemel neer. Wolken wekt hij aan de einder, bliksems smeedt hij, de regen valt, hij laat de wind los uit zijn schatkamers.
Gerelateerd aan Job 38:28
Spreuken 3:20
Door zijn kennis brak het water los uit de diepte en druppelt er dauw uit de wolken.
Gerelateerd aan Job 38:28
1 Koningen 17:1
De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab: 'Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.'
Gerelateerd aan Job 38:28
Genesis 27:39
Zijn vader Isaak antwoordde hierop: ‘Ver van de vette grond zul je wonen, ver van de hemelse dauw.
Gerelateerd aan Job 38:28
Deuteronomium 33:13
Over Jozef zei hij: ‘Moge de HEER zijn land rijk zegenen met de gaven van hemelwater, met dauw, en met de oervloed die onderaards woont;
Gerelateerd aan Job 38:28
Deuteronomium 33:28
Israël mocht in vrede leven, Jakob woonde ongestoord in een land van koren en most, waarop dauw van de hemel neerdaalt.
Gerelateerd aan Job 38:28
Job 5:9
Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen, ontelbaar zijn de wonderen die hij verricht.
Gerelateerd aan Job 38:28
Joel 2:23
En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in gejubel om de HEER, jullie God, want hij geeft regen om je te verkwikken, hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd.
Gerelateerd aan Job 38:28
Job 29:19
met mijn wortels gestrekt naar het water en de dauw van de nacht op mijn takken,
Gerelateerd aan Job 38:28
Amos 4:7
Ik was het die jullie de regens onthield, drie maanden voor de oogst. Op de ene stad liet ik het regenen, op de andere liet ik het niet regenen; op het ene veld regende het, en het veld waarop het niet regende verdorde.
Gerelateerd aan Job 38:28
Job 38:8
En wie sloot de zee af met een deur, toen ze uit de schoot van de aarde brak?
Gerelateerd aan Job 38:28
Jeremia 5:24
Zij zeiden niet: “Wij moeten ontzag hebben voor de HEER, onze God, die ons tijdig regen geeft, in het najaar en het voorjaar, die een vaste oogsttijd geeft.”
Gerelateerd aan Job 38:28
Hosea 14:5
(14:6) Ik zal voor Israël zijn als de dauw. Het zal bloeien als een lelie, wortelen als een ceder op de Libanon;
Gerelateerd aan Job 38:28
Genesis 27:28
God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn.
Gerelateerd aan Job 38:28
Psalmen 65:9
(65:10) U zorgt voor het land en bevloeit het, u maakt het vruchtbaar, vol water staat de rivier van God. U bewerkt het land voor het koren, zo bewerkt u het: