Gerelateerd aan Job 31:30

Gerelateerd aan Job 31:30

1 Petrus 3:9

Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen.
Gerelateerd aan Job 31:30

Romeinen 12:14

Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet.
Gerelateerd aan Job 31:30

Jakobus 3:9

Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld.
Gerelateerd aan Job 31:30

Prediker 5:6

(5:5) Sta je mond geen loze, zondige geloften toe en zeg niet naderhand tegen de priester dat ze een vergissing waren. Wil je soms dat God zich kwaad maakt over dergelijk gepraat en moet hij wat je hebt bereikt te gronde richten?
Gerelateerd aan Job 31:30

Exodus 23:4

Wanneer je een verdwaald rund of een verdwaalde ezel van een vijand van je aantreft, moet je hem het dier zonder uitstel terugbrengen.
Gerelateerd aan Job 31:30

Mattheüs 5:22

En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.
Gerelateerd aan Job 31:30

Mattheüs 5:43

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.”
Gerelateerd aan Job 31:30

Jakobus 3:6

Onze tong is net zo'n vlam: een wereld van onrecht, die onze lichaamsdelen in brand steekt. Want hij besmet het hele lichaam, hij steekt het rad van het leven in brand, met vuur uit de Gehenna.
Gerelateerd aan Job 31:30

Prediker 5:2

(5:1) Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn.
Gerelateerd aan Job 31:30

1 Petrus 2:22

die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam.
Gerelateerd aan Job 31:30

Mattheüs 12:36

Ik zeg u: van elk nutteloos woord dat mensen spreken, zullen ze op de dag van het oordeel rekenschap moeten afleggen.