Gerelateerd aan Job 27:14

Gerelateerd aan Job 27:14

Deuteronomium 28:41

U zult zonen en dochters verwekken, maar ze niet zien opgroeien, want ze zullen in ballingschap worden weggevoerd.
Gerelateerd aan Job 27:14

Lukas 23:29

want weet, de tijd zal aanbreken dat men zal zeggen: “Gelukkig wie onvruchtbaar is, gelukkig de moederschoot die niet gebaard heeft en de borst die geen kind heeft gezoogd.”
Gerelateerd aan Job 27:14

Job 20:10

Zijn kinderen zullen de gunsten van de armen zoeken, want hij moet afstaan wat hij zich heeft toegeëigend.
Gerelateerd aan Job 27:14

2 Koningen 10:6

Hierop schreef Jehu hun een tweede brief, waarin hij zei: 'Als u op mijn hand bent en mij wilt gehoorzamen, onthoofd dan alle zonen van uw heer en meld u morgen om deze tijd bij mij in Jizreël.' Er waren zeventig koningszonen, die door voorname inwoners van de stad werden opgevoed.
Gerelateerd aan Job 27:14

Job 21:11

Hun kinderen rennen buiten rond, vrolijk als de schapen en de geiten.
Gerelateerd aan Job 27:14

1 Samuel 2:5

Die genoeg hadden, verkopen zich voor brood, en wie hongerden zijn verzadigd. De onvruchtbare baart zeven zonen, en wie veel kinderen heeft, verwelkt.
Gerelateerd aan Job 27:14

2 Koningen 9:7

Ruim het koningshuis van Achab, waarbij je in dienst staat, uit de weg, want ik wil het bloed wreken van de profeten en van al mijn andere dienaren die door Izebel ter dood zijn gebracht.
Gerelateerd aan Job 27:14

Deuteronomium 28:32

U zult moeten aanzien dat uw zonen en dochters aan een ander volk uitgeleverd worden. Met smart wacht u op hun terugkeer, elke dag opnieuw, maar u staat machteloos.
Gerelateerd aan Job 27:14

Hosea 9:13

Efraïm, in mijn ogen ooit een jonge palm, geplant in een oase, Efraïm moet nu zijn kinderen aan moordenaars toevertrouwen.
Gerelateerd aan Job 27:14

Psalmen 109:13

dat zijn nageslacht voorgoed verdwijnt, hun naam na hun leven wordt uitgewist.
Gerelateerd aan Job 27:14

Job 15:22

Voor hem geen hoop op terugkeer uit de duisternis, hij zal vallen door het zwaard.
Gerelateerd aan Job 27:14

Esther 9:5

De Joden sloegen met het zwaard op al hun vijanden in en zaaiden dood en verderf, ze deden met hun belagers wat ze wilden.
Gerelateerd aan Job 27:14

Esther 5:11

Hij wees hun op zijn geweldige rijkdom, het grote aantal zonen dat hij had en de eervolle positie die de koning hem had gegeven door hem boven alle rijksgroten en hoge functionarissen te plaatsen.