Gerelateerd aan Job 20:14
Gerelateerd aan Job 20:14
2 Samuel 12:10
Welnu, voortaan zullen moord en doodslag in je koningshuis om zich heen grijpen, omdat je mij hebt getrotseerd en de vrouw van Uria tot vrouw hebt genomen.
Gerelateerd aan Job 20:14
Jeremia 2:19
Je eigen kwaad zal je straffen, je eigen ontrouw keert zich tegen je. Weet wel: doordat je mij verlaten hebt, voor mij geen ontzag meer hebt, loopt het jammerlijk met je afspreekt de HEER, de God van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Job 20:14
Deuteronomium 32:24
Honger zal hen uitmergelen, de pest hen verteren, ziekten zullen hen te gronde richten. Ik geef hen ten prooi aan wilde dieren, giftige slangen laat ik hen bijten.
Gerelateerd aan Job 20:14
Spreuken 23:20
Ga niet om met dronkelappen, blijf bij gulzigaards vandaan.
Gerelateerd aan Job 20:14
Psalmen 38:1
Een psalm van David, een dringend gebed. (38:2) Wees niet vertoornd, HEER, straf mij niet, bedwing uw woede, sla mij niet.
Gerelateerd aan Job 20:14
Spreuken 1:31
Daarom pluk je de wrange vruchten van je plannen, je daden liggen je zwaar op de maag.
Gerelateerd aan Job 20:14
Job 20:16
Hij zuigt slangengif op, een slangentong zal hem ook doden.
Gerelateerd aan Job 20:14
Psalmen 51:8
(51:10) Laat mij vreugde en blijdschap horen: u hebt mij gebroken, laat mij ook juichen.
Gerelateerd aan Job 20:14
Spreuken 23:29
Wie roept altijd ach en wee, wie maakt altijd ruzie? Wie heeft altijd wat te klagen, wie raakt altijd nodeloos gewond? Wie heeft altijd troebele ogen?
Gerelateerd aan Job 20:14
2 Samuel 11:2
Op een keer stond hij aan het eind van de middag op van zijn rustbed en liep wat heen en weer over het dak van het paleis. Beneden zag hij een vrouw die aan het baden was. Ze was heel mooi om te zien.
Gerelateerd aan Job 20:14
Romeinen 3:13
Hun keel is een open graf, hun tong is bedrieglijk, achter hun lippen schuilt het gif van een adder,
Gerelateerd aan Job 20:14
Psalmen 32:3
Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag.
Gerelateerd aan Job 20:14
Maleachi 2:2
Als jullie niet luisteren, en als jullie niet ter harte nemen dat je mijn naam in ere moet houden-zegt de HEER van de hemelse machten-, dan zal ik jullie met mijn vloek treffen en vervloek ik alles waarmee jullie gezegend zijn; ik zal jullie zéker vervloeken, want jullie nemen het toch niet ter harte.