Gerelateerd aan Job 2:10
Gerelateerd aan Job 2:10
Jakobus 1:12
Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die hem liefheeft.
Gerelateerd aan Job 2:10
Klaagliederen 3:38
Komt uit de mond van de Allerhoogste niet goed zowel als kwaad?
Gerelateerd aan Job 2:10
Job 1:21
En hij zei: 'Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in haar schoot terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.'
Gerelateerd aan Job 2:10
Jakobus 5:10
Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken.
Gerelateerd aan Job 2:10
Mattheüs 16:23
Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’
Gerelateerd aan Job 2:10
Johannes 18:11
Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’
Gerelateerd aan Job 2:10
Romeinen 12:12
Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk.
Gerelateerd aan Job 2:10
Hebreeën 12:9
Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we werden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven?
Gerelateerd aan Job 2:10
Mattheüs 12:34
Addergebroed! Hoe kunt u iets goeds zeggen terwijl u zelf slecht bent? Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over.
Gerelateerd aan Job 2:10
2 Samuel 24:10
Toen het tot David doordrong wat hij had gedaan, sloeg de schrik hem om het hart. Hij zei tegen de HEER: 'Ik heb ernstig gezondigd met mijn daad. Ach HEER, vergeef uw dienaar zijn zonde; ik ben een dwaas geweest.'
Gerelateerd aan Job 2:10
Psalmen 39:1
Voor de koorleider. Voor Jedutun. Een psalm van David. (39:2) Ik had mij voorgehouden: Ik moet mij beheersen en mijn tong voor zonde behoeden, mijn mond met een muilband bedwingen te midden van mensen zonder God of gebod.