Gerelateerd aan Job 19:8
Gerelateerd aan Job 19:8
Job 3:23
Waarom geeft God het licht aan hem voor wie de weg verborgen blijft, wie hij de weg verspert?
Gerelateerd aan Job 19:8
Klaagliederen 3:7
Hij trekt een muur rond mij op, ik kan er niet uit; zwaar zijn mijn bronzen ketenen.
Gerelateerd aan Job 19:8
Klaagliederen 3:9
Hij verspert mij de weg met rotsblokken, mijn paden maakt hij krom.
Gerelateerd aan Job 19:8
Hosea 2:6
(2:8) Daarom zal ik haar met een doornhaag de weg versperren, met een muur zal ik haar insluiten, zodat ze niet meer op pad kan gaan.
Gerelateerd aan Job 19:8
Psalmen 88:8
(88:9) Bekenden hebt u van mij vervreemd, afgrijzen roep ik bij hen op, ik ben ingesloten en zie geen uitweg meer.
Gerelateerd aan Job 19:8
Johannes 8:12
Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’
Gerelateerd aan Job 19:8
Jesaja 50:10
Wie van jullie heeft ontzag voor de HEER? Wie luistert naar de stem van zijn dienaar? Hij die door de duisternis gaat en geen licht meer ziet, en die dan vertrouwt op de naam van de HEER en vertrouwen stelt in zijn God.
Gerelateerd aan Job 19:8
Spreuken 4:19
De weg van goddelozen is alleen maar duisternis, ze struikelen, en weten niet waarover.
Gerelateerd aan Job 19:8
Jeremia 13:16
Eer hem, de HEER, jullie God, voordat het donker wordt en jullie struikelen in de bergen, voordat de duisternis intreedt en jullie hopen op het licht, terwijl hij het aardedonker maakt en alles hult in diepe duisternis.
Gerelateerd aan Job 19:8
Jozua 24:7
Toen riepen ze mij, de HEER, om hulp, en ik scheidde hen van de Egyptenaren door een zware duisternis en liet de Egyptenaren door de zee verzwelgen. Jullie hebben met eigen ogen gezien wat ik met hen heb gedaan. Vervolgens bleven jullie jarenlang in de woestijn,
Gerelateerd aan Job 19:8
Job 30:26
Ik hoopte op het goede, maar het kwade kwam, het licht verwachtte ik, maar de duisternis brak aan.
Gerelateerd aan Job 19:8
Jeremia 23:12
Daarom zal hun weg een glibberig pad zijn, ze struikelen in het duister, en komen ten val. Als ik met hen afreken, tref ik hen met onheil-spreekt de HEER.