Gerelateerd aan Job 19:21
Gerelateerd aan Job 19:21
Job 1:11
Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.'
Gerelateerd aan Job 19:21
Psalmen 38:2
(38:3) Diep zijn uw pijlen in mij gedrongen, zwaar is uw hand op mij neergedaald.
Gerelateerd aan Job 19:21
1 Korinthe 12:26
Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.
Gerelateerd aan Job 19:21
Job 6:4
De pijlen van de Ontzagwekkende steken in mij, mijn geest wordt door hun gif vergiftigd. Voor mij staat de slagorde van Gods verschrikkingen.
Gerelateerd aan Job 19:21
Hebreeën 13:3
Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.
Gerelateerd aan Job 19:21
Job 2:10
Maar Job zei tegen haar: 'Je woorden zijn de woorden van een dwaas. Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?' Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.
Gerelateerd aan Job 19:21
Job 6:14
Wie zich bekommert om een vriend in nood toont zijn eerbied voor de Ontzagwekkende.
Gerelateerd aan Job 19:21
Job 2:5
Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en zijn lichaam aantast, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.'
Gerelateerd aan Job 19:21
Romeinen 12:15
Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft.