Gerelateerd aan Job 18:8

Gerelateerd aan Job 18:8

Job 22:10

Daarom staan er valstrikken rondom en raak je plotseling door angst ontzet.
Gerelateerd aan Job 18:8

Psalmen 9:15

(9:16) De volken verdwijnen in de kuil die zij groeven, hun voet raakt verstrikt in het net dat zij heimelijk spanden.
Gerelateerd aan Job 18:8

Psalmen 35:8

Laat hen ten onder gaan voor zij het weten, verstrikt raken in hun eigen netten en zelf de ondergang tegemoet gaan.
Gerelateerd aan Job 18:8

1 Timotheüs 6:9

Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan.
Gerelateerd aan Job 18:8

Ezechiel 32:3

Dit zegt God, de HEER: Ik zal mijn vangnet over je uitspreiden; vele volken zullen samenstromen en je ophalen in mijn sleepnet.
Gerelateerd aan Job 18:8

Esther 6:13

Aan zijn vrouw Zeres en aan al zijn vrienden vertelde hij wat hem was overkomen. Zijn raadgevers en zijn vrouw zeiden daarop tegen hem: 'Als die Mordechai, van wie je nu voor het eerst hebt verloren, tot het Joodse volk behoort, kun je niet tegen hem op; je zult het volledig van hem verliezen.'
Gerelateerd aan Job 18:8

Esther 3:9

Als het de koning goeddunkt, laat er dan een bevel op schrift worden gesteld dat ze moeten worden uitgeroeid. Dan zal ik tienduizend talent zilver afdragen aan de ambtenaren die de koninklijke schatkist beheren.'
Gerelateerd aan Job 18:8

Spreuken 29:6

Een boosdoener verstrikt zich in zijn kwade daden, een rechtvaardige jubelt en juicht.
Gerelateerd aan Job 18:8

2 Timotheüs 2:26

en ontsnappen uit de valstrik van de duivel, die hen levend gevangen heeft genomen en hen dwingt zijn wil te doen.
Gerelateerd aan Job 18:8

Spreuken 5:22

Wie kwaad doet, zet voor zichzelf een val, hij raakt verstrikt in de koorden van zijn zonde.
Gerelateerd aan Job 18:8

Esther 7:5

'Wie is die man, waar is die man die zijn zinnen erop heeft gezet om zoiets te doen?' vroeg koning Ahasveros aan koningin Ester.
Gerelateerd aan Job 18:8

Esther 7:10

Zo werd Haman aan de paal gehangen die hij had laten klaarzetten voor Mordechai. Toen bedaarde de woede van de koning.
Gerelateerd aan Job 18:8

1 Timotheüs 3:7

Verder moet hij buiten de gemeente een goede reputatie hebben, zodat hij niet in opspraak komt en door de duivel wordt gestrikt.