Gerelateerd aan Job 1:19
Gerelateerd aan Job 1:19
1 Koningen 20:30
De Arameeërs die de slag overleefden vluchtten de stad Afek in, maar de stadsmuur stortte in en verpletterde hen: zevenentwintigduizend man.
Ook Benhadad was de stad in gevlucht en hield zich schuil op een verborgen plek in een huis.
Gerelateerd aan Job 1:19
Genesis 42:36
‘Jullie maken mij kinderloos, ‘verweet hij hun. ‘Jozef is er niet meer, Simeon is er niet meer, en nu willen jullie ook Benjamin nog bij me weghalen. Niets blijft me bespaard.’
Gerelateerd aan Job 1:19
Jeremia 4:11
‘Dan zeg ik Juda en Jeruzalem: Vanuit de kale heuvels in de woestijn waait een verzengende wind naar mijn volk. Geen wind om het koren te wannen,
Gerelateerd aan Job 1:19
Handelingen 28:4
Toen de Maltezers het beest aan zijn hand zagen hangen, zeiden ze tegen elkaar: ‘Die man is vast een moordenaar. Hij is aan de zee ontsnapt, maar Dikè wil niet dat hij blijft leven.’
Gerelateerd aan Job 1:19
Lukas 13:1
Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers.
Gerelateerd aan Job 1:19
Richteren 16:30
en riep uit: 'Mijn dood zal de dood zijn van de Filistijnen!' Toen duwde hij uit alle macht. De tempel stortte in en alle aanwezigen, ook de stadsvorsten, werden bedolven. Zo maakte Simson bij zijn dood meer slachtoffers dan tijdens zijn hele leven.
Gerelateerd aan Job 1:19
Efeze 2:2
waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn.
Gerelateerd aan Job 1:19
Genesis 37:32
Daarna lieten ze het naar hun vader brengen met de boodschap: ‘Dit hebben we gevonden. Kijk eens goed, is dit niet het kleed van uw zoon?’
Gerelateerd aan Job 1:19
2 Samuel 18:33
(19:1) Toen voer er een siddering door de koning. Jammerend trok hij zich terug in het vertrek boven de poort: 'Mijn zoon Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Was ik maar dood in plaats van jij! Absalom, mijn zoon, mijn zoon!'
Gerelateerd aan Job 1:19
Mattheüs 7:27
Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’