Gerelateerd aan Jesaja 8

Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Jesaja 30:8

Neem een stenen plaat en schrijf dit op, leg het met zoveel woorden voor hen vast, zodat het bewaard blijft tot in eeuwigheid.
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Job 19:23

O, mochten mijn woorden worden opgeschreven, vastgelegd in een inscriptie,
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Jeremia 36:32

Hierop nam Jeremia een nieuwe rol en gaf die aan de schrijver Baruch, de zoon van Neria. Deze schreef er alles in wat Jeremia hem dicteerde, alles uit de boekrol die koning Jojakim van Juda had verbrand. Bovendien werden er veel woorden van gelijke strekking aan toegevoegd.
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Jeremia 36:2

‘Neem een boekrol en schrijf daarin alles wat ik je gezegd heb over Israël, Juda en de andere volken sinds ik in de tijd van koning Josia voor het eerst tot je sprak.
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Openbaring 13:18

Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Habakuk 2:2

Dit was het antwoord van de HEER. Schrijf dit visioen op, grif het duidelijk in platen, zodat het snel te lezen is.
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Jesaja 8:3

Ik had gemeenschap met de profetes; zij werd zwanger en baarde een zoon. De HEER zei tegen mij: ‘Geef hem de naam “Haastige roof, spoedige buit”.
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Jeremia 36:28

‘Neem een nieuwe rol en schrijf daarin alles wat in de eerste rol stond, die koning Jojakim van Juda heeft verbrand.
Gerelateerd aan Jesaja 8:1

Openbaring 21:17

Hij mat de stadsmuur: honderdvierenveertig el, in gewone mensenmaat, die ook engelenmaat is.
Gerelateerd aan Jesaja 8:2

2 Koningen 16:10

Koning Achaz ging naar Damascus om koning Tiglatpileser van Assyrië te ontmoeten. Toen hij het altaar in Damascus zag, stuurde hij een model en een gedetailleerd bouwplan naar de priester Uria.
Gerelateerd aan Jesaja 8:2

2 Korinthe 13:1

Ik kom nu voor de derde keer naar u toe. Er staat geschreven dat een aanklacht rechtsgeldig wordt op grond van ten minste twee getuigenverklaringen.
Gerelateerd aan Jesaja 8:2

Ruth 4:10

Daarmee neem ik ook Ruth tot vrouw, de Moabitische, de vrouw van Machlon, om de naam van haar overleden man te laten voortleven op zijn land. Zo zal zijn naam niet verloren gaan bij zijn verwanten en de inwoners van de stad. U bent daar vandaag getuige van.'
Gerelateerd aan Jesaja 8:2

2 Koningen 16:15

Hij beval de priester Uria: 'Op dit grote altaar moeten vanaf nu 's morgens het brandoffer en 's avonds het graanoffer worden opgedragen. Ook het brandoffer en het graanoffer van de koning moeten daar worden opgedragen, evenals de brandoffers, de graan- en de wijnoffers van de mensen uit het land, en het bloed van de offerdieren moet tegen de zijkanten van het grote altaar worden gegoten. Het bronzen altaar gebruik ik voortaan zelf, wanneer ik een godsspraak wil verkrijgen.'
Gerelateerd aan Jesaja 8:2

Ruth 4:2

Ook vroeg Boaz tien stadsoudsten plaats te nemen, en ook zij gingen zitten.
Gerelateerd aan Jesaja 8:2

2 Koningen 18:2

Hij was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd. Negenentwintig jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Abi, de dochter van Zecharja.
Gerelateerd aan Jesaja 8:3

Hosea 1:3

Daarop trouwde Hosea met Gomer, de dochter van Diblaïm. Zij werd zwanger en baarde hem een zoon,
Gerelateerd aan Jesaja 8:3

2 Koningen 22:14

De priester Chilkia, Achikam, Achbor, Safan en Asaja gingen naar de profetes Chulda, de vrouw van Sallum. Sallum was de zoon van Tikwa, de zoon van Charchas; hij beheerde de priesterkleding. Chulda woonde in het nieuwe stadsdeel van Jeruzalem. Toen ze haar alles verteld hadden,
Gerelateerd aan Jesaja 8:3

Richteren 4:4

In die tijd was een zekere Debora rechter over Israël. Deze Debora, de vrouw van Lappidot, was profetes.
Gerelateerd aan Jesaja 8:3

Jesaja 7:13

Toen antwoordde Jesaja: ‘Luister, huis van David. Is het niet genoeg de mensen te tergen? Moet u nu ook mijn God tergen?
Gerelateerd aan Jesaja 8:4

Romeinen 9:11

(11-12) en al voor ze geboren waren en nog niets goeds of slechts hadden gedaan, werd haar gezegd: 'De oudste zal de jongste dienen.' Gods besluit blijft namelijk van kracht: God kiest een mens niet uit op grond van zijn daden, maar omdat hij hem roept.
1
2
3
4
5
6
7
Volgende