Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Jeremia 32:17
“Ach HEER, mijn God, u hebt met uw grote kracht, met uw machtige arm, de hemel en de aarde gemaakt. Voor u is niets onmogelijk.
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Numeri 11:23
Maar de HEER antwoordde: 'Schiet de macht van de HEER soms tekort? Je zult spoedig zien of ik mijn belofte nakom.'
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Jesaja 50:2
Waarom was er niemand toen ik kwam? Waarom antwoordde niemand toen ik riep? Zou mijn arm te kort zijn om te bevrijden? Ontbreekt het mij aan kracht om te redden? Alleen al door te dreigen laat ik de zee droogvallen en vorm ik rivieren om tot woestijn, waarin de vis stinkt door gebrek aan water en van dorst sterft.
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Jesaja 65:24
Ik zal hun antwoorden nog voor ze mij roepen, ik zal hen verhoren terwijl ze nog spreken.
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Hebreeën 7:25
Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten.
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Mattheüs 13:15
Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen.”
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Genesis 18:14
Is ook maar iets voor de HEER onmogelijk? Op de vastgestelde tijd, over precies een jaar, kom ik bij je terug en dan heeft Sara een zoon.’
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Jesaja 58:9
Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Jesaja 63:1
‘Wie is het die uit Edom komt, uit Bosra, in purper gekleed, met praal getooid, die zich groots en machtig verheft?’ Ik ben het die in gerechtigheid spreekt en bij machte is te redden.
Gerelateerd aan Jesaja 59:1
Jesaja 6:10
Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.’