Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Jesaja 51:13

Hoe kun je de HEER vergeten, die je gemaakt heeft, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde gegrondvest? Hoe kun je je zo laten beheersen door angst voor de toorn van je belagers, voor hun pogingen je te vernietigen? Waar blijven die belagers met hun toorn?
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Jesaja 62:5

Zoals een jongeman een meisje tot vrouw neemt, zo zullen jouw zonen jou ten huwelijk nemen, en zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal je God zich over jou verheugen.
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Ezechiel 28:24

Maar het volk van Israël zal niet meer worden gepijnigd en geteisterd door dorens en distels, door de omringende volken die nu op hen neerkijken. En ze zullen beseffen dat ik God, de HEER, ben.
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Jesaja 51:22

Dit zegt je God, de HEER, de God die het opneemt voor zijn volk: Ik neem de bedwelmende beker uit je hand, de kelk, de beker van mijn toorn, je hoeft er niet meer uit te drinken.
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Jesaja 51:18

Er is niemand die je leidt, geen van de kinderen die je hebt gebaard; niemand die je bij de hand neemt, geen van de kinderen die je hebt grootgebracht.
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Jesaja 49:19

Je puinhopen, je verwoeste en vernielde land-weldra zal het te klein zijn voor al je bewoners, en je aartsvijand zal in de verte verdwijnen.
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Ezra 1:5

De familiehoofden van de stammen Juda en Benjamin, de priesters en de Levieten, allen die God daartoe aanzette, maakten zich gereed om naar Jeruzalem te vertrekken en te beginnen met de bouw van de tempel van de HEER.
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Nehemia 2:4

'Wat is dan je wens?' vroeg de koning. Ik bad tot de God van de hemel,
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Nehemia 2:17

Maar nu zei ik tegen hen: 'U ziet in welke ellende wij verkeren: Jeruzalem ligt in puin en de poorten zijn in vlammen opgegaan. Laten we de stadsmuur weer opbouwen, zodat we niet langer het mikpunt van spot zijn.'
Gerelateerd aan Jesaja 49:17

Jesaja 10:6

Je koning zend ik naar een goddeloos volk, ik stuur hem af op het volk dat mij tergde, om te plunderen en te roven en buit te behalen, en hen te vertrappen als vuil op straat.