Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Nahum 3:4

Je gedraagt je als een hoer, een verleidster ben je, bedreven in toverij, je verkwanselt volken voor je ontuchtige praktijken, en stammen voor je toverkunst.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

1 Thessalonicensen 5:3

Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Psalmen 73:19

In een oogwenk is het met hen gedaan, hun ondergang, hun einde is een verschrikking.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Jesaja 47:12

Ga maar door met je bezweringsformules en met de talloze toverkunsten waarmee je je van jongs af aan hebt afgemat: misschien kun je nog iets uitrichten, misschien laat het onheil zich afschrikken.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Openbaring 18:8

Daarom zullen alle plagen haar op één dag treffen: dodelijke ziekte, rouw en hongersnood, en ze zal in vlammen opgaan. Want God, de Heer, die dat vonnis heeft geveld, is machtig.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Jesaja 13:18

Hun pijlen treffen jongemannen; met kinderen hebben ze geen medelijden, zelfs zuigelingen ontzien ze niet.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

2 Thessalonicensen 2:9

De komst van de wetteloze mens is het werk van Satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen,
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Jeremia 51:29

De aarde beeft en schreeuwt als in barensnood. De HEER voert zijn plannen tegen Babel uit: hij maakt het land tot een onbewoonde woestenij.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Jesaja 14:22

Want ik zal me tegen hen keren- spreekt de HEER van de hemelse machten-, ik zal Babel geheel vernietigen, uitroeien met wortel en tak-zo spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Jesaja 51:18

Er is niemand die je leidt, geen van de kinderen die je hebt gebaard; niemand die je bij de hand neemt, geen van de kinderen die je hebt grootgebracht.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Openbaring 9:20

Maar de andere mensen, die deze plagen overleefden, keerden zich niet af van hun zelfgemaakte goden. Ze bleven die goden aanbidden en de beelden van goud, zilver, brons, steen en hout, die niet kunnen horen of zien en zich niet kunnen verroeren.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Daniel 2:2

De koning gaf opdracht de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën bijeen te roepen om hem te vertellen waar zijn droom over ging. Toen ze voor de koning verschenen waren,
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Ruth 1:20

Maar ze zei tegen hen: 'Noem me niet Noömi, noem me Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Lukas 7:12

Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Openbaring 21:8

Maar voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, die zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.'
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Daniel 4:7

(4:4) De magiërs, bezweerders, Chaldeeën en waarzeggers kwamen, ik vertelde hun mijn droom, maar zij konden hem niet verklaren.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Jeremia 51:62

Verder moet u het volgende zeggen: “HEER, u bent het die heeft aangekondigd dat hij deze stad gaat verwoesten. Niets of niemand zal er nog wonen, mens noch dier, ze wordt voor altijd een verlaten oord.”
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Openbaring 18:21

Toen tilde een sterke engel een steen zo groot als een molensteen op en smeet die in zee met de woorden: 'Zo zal ook Babylon, die grote stad, worden weggeslingerd; ze zal voorgoed verdwijnen.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Openbaring 22:15

Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.
Gerelateerd aan Jesaja 47:9

Daniel 5:7

Luidkeels riep hij om de bezweerders, de Chaldeeën en de waarzeggers. De koning richtte zich tot de wijzen van Babylonië: 'Wie deze tekens kan lezen en mij kan zeggen wat er staat, zal in purper gekleed worden, een gouden keten om zijn hals dragen en als derde in rang over het koninkrijk regeren.'
1
2
Volgende