Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Deuteronomium 32:29

Waren ze wijs, dan hadden ze inzicht en begrepen ze hoe het hunzelf zal vergaan.
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Jesaja 47:5

Ga zitten, wees stil, tast rond in het duister, vrouwe Chaldea. Niet langer noemt men je ‘Meesteres over koninkrijken’.
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Jeremia 5:31

de profeten profeteren leugens, de priesters treden eigenmachtig op. En dat bevalt mijn volk! Wat zullen jullie doen als je einde nadert?
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Daniel 5:18

Majesteit-God, de Hoogste, heeft uw vader Nebukadnessar koninklijke macht, aanzien, eer en majesteit geschonken,
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Ezechiel 28:2

'Mensenkind, zeg tegen de vorst van Tyrus: "Dit zegt God, de HEER: Je bent hoogmoedig geworden, je hebt gezegd: 'Ik ben een god, ik zit op een godentroon, midden in zee.' Je achtte jezelf een god gelijk, terwijl je een mens bent, en geen god.
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Ezechiel 29:3

Zeg: "Dit zegt God, de HEER: Farao, ik keer me tegen je, jij, koning van Egypte, jij, grote krokodil die daar ligt in de waterstromen van de Nijl, jij die zegt: 'De Nijl is van mij, ik heb hem voor mijzelf gemaakt.'
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Jesaja 46:8

Neem dit ter harte, zondaars, verman je, kom tot inkeer!
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Ezechiel 28:12

'Mensenkind, hef over de koning van Tyrus een dodenklacht aan: "Dit zegt God, de HEER: Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid.
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Ezechiel 7:3

Nu is voor jou het einde aangebroken, ik zal mijn woede op je koelen, je straffen voor je daden, je laten boeten voor je wangedrag.
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Jesaja 42:25

Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit in allesverterend krijgsgeweld. Ze waren omringd door vlammen, maar zagen niet in waarom, ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.
Gerelateerd aan Jesaja 47:7

Daniel 4:29

(4:26) Twaalf maanden later, toen de koning op het dak van het koninklijk paleis van Babel liep te wandelen,