Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Gerelateerd aan Jesaja 47:11

1 Thessalonicensen 5:3

Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Lukas 12:59

Ik zeg je, dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Jeremia 51:39

Maar als ze hongeren en dorsten, zet ik hun een feestmaal voor. Ik giet ze vol met wijn, tot ze waggelen en lallen. Dan vallen ze voorgoed in slaap, ze worden nooit meer wakker- spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Openbaring 18:9

De koningen op aarde, die ontucht met haar hebben gepleegd en in weelde hebben geleefd, zullen om haar jammeren en treuren als ze de rook boven haar zien opstijgen.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Jesaja 37:36

Toen trok een engel van de HEER ten strijde en doodde in het kamp van de Assyriërs honderdvijfentachtigduizend man. De volgende ochtend zag men niets dan lijken liggen.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Nehemia 4:11

(4:5) Onze tegenstanders dachten ons onverhoeds aan te vallen en te doden, en zo het werk te kunnen stopzetten.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Exodus 12:29

Midden in de nacht doodde de HEER alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de gevangene, en ook al het eerstgeboren vee.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Daniel 5:25

Dit is wat er geschreven staat: Mene, mene, tekel ufarsin.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Openbaring 3:3

Herinner u dat u de boodschap hebt ontvangen en begrepen. Houd eraan vast en breek met het leven dat u nu leidt. Maar als u niet wakker wordt, kom ik onverwacht als een dief, op een tijdstip dat u niet kent.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Mattheüs 18:34

En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.
Gerelateerd aan Jesaja 47:11

Psalmen 50:22

Begrijp dit goed, jullie die God vergeten, of ik verscheur je, en er is niemand die redt: