Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jeremia 50:2
‘Maak bekend onder alle volken, laat het horen, geef het door, houd het niet verborgen, maak bekend: Babel wordt veroverd, Bel wordt te schande gemaakt, Marduk is ten einde raad. Babels beelden staan te schande, zijn afgoden zijn radeloos.
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jesaja 21:9
Daar komen soldaten op strijdwagens, wagens, met paarden bespannen. Dan roept hij: ‘Gevallen, gevallen is Babel! Al zijn godenbeelden liggen verbrijzeld!’
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jeremia 51:44
Ik zal Bel, de god van Babel, straffen. Ik dwing hem heel zijn prooi weer uit te braken, de toestroom van de volken is voorbij. Babels muren zullen vallen!
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
1 Samuel 5:3
De volgende morgen zagen de inwoners van Asdod dat Dagon voorover was gevallen en voor de ark van de HEER op de grond lag. Ze pakten het beeld op en zetten het weer op zijn plaats,
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jesaja 2:20
Op die dag zullen de mensen de afgoden, gesmeed van hun zilver en goud, gemaakt om te vereren, prijsgeven aan ratten en vleermuizen.
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jeremia 10:5
Het is net een vogelverschrikker, neergezet in een komkommerveld. Het kan niet spreken en moet worden gedragen, want zelf kan het geen stap verzetten. Heb voor beelden geen ontzag, kwaad doen ze niet, en goed nog minder.’
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jesaja 41:6
De mensen schieten elkaar te hulp, de een zegt tegen de ander: ‘Houd moed!’
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jeremia 51:52
de dag zal komen-spreekt de HEER -dat ik hun afgoden zal straffen. In heel hun land zullen de gewonden kermen.
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jeremia 48:1
Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, over Moab: Wee Nebo! Het wordt verwoest. Kirjataïm wordt veroverd en met schande overladen. Misgab staat te schande en is radeloos.
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Exodus 12:12
Ik zal die nacht rondgaan door Egypte, en ik zal daar alle eerstgeborenen doden, zowel van de mensen als van het vee, en ik zal alle Egyptische goden van hun voetstuk stoten, want ik ben de HEER.
Gerelateerd aan Jesaja 46:1
Jeremia 51:47
Maar houd voor ogen dat de tijd zal komen dat ik de afgoden van Babel zal straffen. Heel het land is dan ontredderd, de straten zijn bezaaid met lijken.