Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Klaagliederen 2:8

De HEER wilde de muur rondom Sion vernietigen: hij spande het meetlint, trok zijn verwoestende hand niet terug, hij bracht rouw over wallen en muren, die tezamen bezweken.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Zefanja 2:14

Kudden zullen er een rustplaats vinden, allerlei dieren zullen er samentroepen, uilen en stekelvarkens zullen zich nestelen tussen de zuilen. Hoor hoe het huilt door de vensters, puin ligt op de drempels, het cederhout is losgerukt.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

2 Koningen 21:13

Ik zal over Jeruzalem het meetlint van Samaria leggen en het schietlood van het koningshuis van Achab. Ik zal Jeruzalem schoonvegen zoals je een gebruikte schaal schoonveegt en daarna ondersteboven wegzet.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Openbaring 18:2

Met een krachtige stem riep hij: 'Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad! Ze is een woonplaats voor demonen geworden, ze biedt onderdak aan elke onreine geest, elke onreine vogel en elk onrein, afschuwelijk dier.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Jesaja 14:23

Ik maak van Babel een groot moeras, een verblijf van stekelvarkens. Ik veeg het weg met een bezem van vernietiging- spreekt de HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Jesaja 13:20

Nooit meer zullen er mensen wonen, het blijft ontvolkt tot in het verste nageslacht.Geen Arabier zal daar zijn tent opslaan, geen herder laat er zijn kudde rusten.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Maleachi 1:3

en Esau gehaat. Van Esaus bergland maakte ik een wildernis, Edoms grondgebied heb ik aan de jakhalzen van de woestijn gegeven.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Openbaring 18:21

Toen tilde een sterke engel een steen zo groot als een molensteen op en smeet die in zee met de woorden: 'Zo zal ook Babylon, die grote stad, worden weggeslingerd; ze zal voorgoed verdwijnen.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

Jesaja 24:10

De stad is één grote woestenij, de toegang tot ieder huis is versperd.
Gerelateerd aan Jesaja 34:11

2 Samuel 8:2

Ook de Moabieten versloeg hij. Hij dwong hen op de grond te gaan liggen en mat de rij af met een touw: twee derde van de rij moest worden gedood en één derde mocht in leven blijven. Sindsdien waren de Moabieten aan David onderworpen en moesten ze schatting afdragen.