Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Jesaja 22:2

stad vol rumoer en feestgedruis, oord van opwinding? Jullie gevallenen zijn niet gevallen door het zwaard, noch gesneuveld in de strijd.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Hosea 9:6

En degenen die de ondergang ontlopen, vinden onderdak in Egypte: graven genoeg daar in Memfis, voor hen en hun kostbare zilver. Dorens en distels zullen hen en hun huizen overwoekeren.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Jesaja 7:23

Op die dag zal elk stuk grond waar duizend wijnstokken staan ter waarde van duizend zilverstukken, door dorens en distels overwoekerd worden.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Jesaja 34:13

Dorens overwoekeren de burchten, onkruid en distels de vestingen. Het land wordt het domein van jakhalzen, de woonplaats van struisvogels.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Jesaja 6:11

Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Openbaring 18:7

Geef haar net zoveel pijn en rouw te dragen als zij zich luister en overvloed heeft gegund. Ze zegt bij zichzelf: Ik zit hier als een koningin, niet als een arme weduwe. Mij zal niets gebeuren!
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Psalmen 107:34

van vruchtbaar land een zoutzee vanwege het kwaad van de bewoners.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Jesaja 22:12

Op die dag heeft God, de HEER van de hemelse machten, jullie opgeroepen tot weeklacht en rouw; jullie moesten je kaalscheren en een rouwkleed aantrekken.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Jesaja 5:6

Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied, dorens en distels schieten er op. De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Jeremia 39:8

De Chaldeeën staken het koninklijk paleis en de huizen van de bevolking in brand, en ze haalden de muren van Jeruzalem neer.
Gerelateerd aan Jesaja 32:13

Hosea 10:8

De offerhoogten worden verwoest, die plaatsen van verderf, tekens van Israëls zonde; dorens en distels zullen hun altaren overwoekeren. Dan roepen ze de bergen toe: 'Bedek ons!' en de heuvels: 'Val op ons neer!'