Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Gerelateerd aan Jesaja 29:5

1 Thessalonicensen 5:3

Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Jesaja 17:13

de volken razen woest, zoals het wildste water raast. Maar als God zijn stem verheft, vluchten ze ver weg. Ze stuiven uiteen, als kaf op de wind in de bergen, als dwarrelende bladeren in een storm.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Jesaja 30:13

zal deze ongerechtigheid in jullie doorwerken als een steeds bredere bres in een hoge muur, die dan opeens, in een oogwenk, instort
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Jesaja 37:36

Toen trok een engel van de HEER ten strijde en doodde in het kamp van de Assyriërs honderdvijfentachtigduizend man. De volgende ochtend zag men niets dan lijken liggen.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Psalmen 76:5

(76:6) Dapperen werden beroofd, in slaap verzonken, geen held die zijn kracht nog hervond.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Job 21:18

Wordt hij weggeblazen als kaf in de wind? Wordt hij meegerukt als dorre aren in de storm?
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Psalmen 1:4

Zo niet de wettelozen! Zij zijn als kaf dat verwaait in de wind.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Psalmen 35:5

Laten zij verwaaien als kaf in de wind wanneer de engel van de HEER hen opjaagt,
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Jesaja 31:8

Dan wordt Assyrië geveld, maar niet door het zwaard van een mens; het wordt verslonden, maar niet door een mensenzwaard. Assyrië zal voor het zwaard op de vlucht gaan en zijn jongemannen zullen dwangarbeid verrichten.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Jesaja 25:5

als hitte in een dorre streek. U doet het barbaarse gejoel verstommen, u tempert de triomf van tirannen, zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Jesaja 10:16

Daarom laat God, de HEER van de hemelse machten, zijn weldoorvoede volk vermageren, hij verteert hun welvaart als door een groot vuur.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Jesaja 31:3

De Egyptenaren zijn mensen, geen goden, hun paarden zijn vlees, geen geest. Strekt de HEER zijn hand uit, dan struikelt de helper en valt degene die hulp zocht, en samen gaan ze te gronde.
Gerelateerd aan Jesaja 29:5

Psalmen 46:5

(46:6) Met God in haar midden stort zij niet in, vroeg in de morgen komt God haar te hulp.