Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Jesaja 50:4

God, de HEER, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren. Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Jesaja 36:22

Hofmeester Eljakim, de zoon van Chilkia, hofschrijver Sebna en kanselier Joach, de zoon van Asaf, gingen met gescheurde kleren naar Hizkia om hem de woorden van de rabsake over te brengen.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Jesaja 33:7

Nu nog schreeuwt Ariël het uit en wenen vredeboden bittere tranen.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Daniel 8:27

Ik, Daniël, was uitgeput en enige dagen ziek. Toen ik hersteld was, diende ik de koning weer. Maar ik was verbijsterd over het droomgezicht en ik begreep het niet.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Habakuk 3:16

Ik hoorde dit alles en ik beefde vanbinnen, ik vernam het en mijn lippen trilden. Mijn botten werden aangevreten, ik stond te trillen op mijn benen, wachtend op de dag van het onheil, de dag dat u optrekt tegen het volk dat ons aanviel.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

2 Koningen 17:6

In het negende regeringsjaar van Hosea nam de koning van Assyrië Samaria in. Hij voerde de Israëlieten als ballingen mee naar Assyrië. Sommigen wees hij een woonplaats aan in Chalach, anderen aan de rivier de Chabor in Gozan, en weer anderen in de steden van Medië.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

2 Koningen 21:12

Daarom-zegt de HEER, de God van Israël: Ik zal over Jeruzalem en Juda onheil brengen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Lukas 21:25

Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee;
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Daniel 7:28

Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.'
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Jeremia 19:3

Luister naar de woorden van de HEER, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal zulk onheil over deze stad brengen dat de oren van wie ervan hoort zullen tuiten.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

2 Koningen 18:13

In het veertiende regeringsjaar van koning Hizkia trok koning Sanherib van Assyrië op tegen de versterkte steden van Juda en nam ze in.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

1 Samuel 3:11

Toen zei de HEER tot Samuël: 'Let op! Ik ga in Israël iets doen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten!
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

2 Koningen 24:2

stuurde de HEER benden Chaldeeën, Arameeërs, Moabieten en Ammonieten op hem af, die hij Juda liet binnenvallen om het te vernietigen, zoals hij bij monde van zijn dienaren, de profeten, had voorzegd.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Jesaja 37:3

Ze zeiden hem: ‘Dit zegt Hizkia: “Deze dag is er een van angst, straf en vernedering: het is als bij een geboorte waarbij de baarmoeder ontsloten is maar de kracht om te baren ontbreekt.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Ezechiel 21:19

(21:24) 'Mensenkind, teken twee wegen waarlangs het zwaard van de koning van Babylonië kan gaan. Beide wegen komen uit hetzelfde land. Maak aan het begin van de twee wegen, die beide naar een stad leiden, een open plek.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Jesaja 10:5

Wee Assyrië, gesel van mijn toorn, stok waarmee ik in mijn woede sla.
Gerelateerd aan Jesaja 28:19

Job 18:11

De verschrikking staart hem allerwegen aan en jaagt hem voort bij elke stap.