Gerelateerd aan Jesaja 10:5-7
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jesaja 14:25
Ik breek de Assyrische heerschappij over mijn land, ik verbrijzel Assyrië op mijn bergen. Mijn volk wordt van zijn juk bevrijd, zijn last wordt van hun schouders genomen.’
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jeremia 51:20
‘Medië, je bent mijn strijdhamer, mijn wapen in de strijd. Met jou verbrijzel ik volken, vernietig ik koninkrijken.
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jesaja 10:15
Schept een bijl op tegen wie ermee hakt? Verheft een zaag zich boven wie hem hanteert? Alsof de scepter heerst over wie hem vastheeft, alsof de stok optilt wie hem omhooghoudt!
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jesaja 30:30
Dan zal de HEER zijn machtige stem laten horen en laten zien hoe zijn arm neerkomt, in grimmige toorn: met een verterend vuur, met wolkbreuken, stortbuien en hagelstenen.
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jesaja 66:14
Wat jullie daar zien, zal je hart verblijden, je botten zullen gedijen als het jonge groen. De HEER zal zijn dienaren zijn macht tonen en zijn vijanden zijn verbolgenheid.
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Zefanja 2:13
Hij zal zijn hand uitstrekken naar het noorden, Assyrië te gronde richten, Nineve tot een wildernis maken, dor als een woestijn.
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jesaja 8:4
Want nog voordat de jongen vader en moeder kan zeggen, zullen de rijkdommen van Damascus en de schatten van Samaria door de koning van Assyrië worden buitgemaakt.’
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jesaja 14:5
De HEER heeft de stok van de goddelozen gebroken, de scepter van de heersers,
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Genesis 10:11
Vanuit dat land trok hij naar Assyrië, waar hij Nineve, Rechobot-Ir en Kalach bouwde,
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Psalmen 17:14
uw hand, HEER, mij verlossen van die mannen des doods, die leven voor kortstondig gewin. Ze mogen hun buik vullen met de straf die hun toekomt, ze mogen hun kinderen ermee verzadigen, hun kleinkinderen geven wat ervan overschiet.
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Jesaja 13:5
Daar komen ze, uit een ver land, van de verste plaats onder de hemel: de HEER komt heel het land verwoesten met de werktuigen van zijn toorn.
Gerelateerd aan Jesaja 10:5
Psalmen 125:3
De scepter van het kwaad zal niet rusten op het land van de rechtvaardigen en de rechtvaardigen zullen het onrecht de hand niet reiken.
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Jesaja 9:17
(9:16) Daarom wil de Heer hun jongeren niet sparen, zich over hun wezen en weduwen niet ontfermen. Heel het volk is goddeloos en zondig, iedereen verkondigt dwaasheid. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven.
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Jesaja 19:17
Telkens als Juda ter sprake komt, zal Egypte door schrik worden bevangen; wat de HEER van de hemelse machten over Egypte besloten heeft, vervult hen met angst.
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Jesaja 5:29
Hun krijgsgeschreeuw klinkt als het gebrul van een leeuwin, ze grommen als een jonge leeuw die zijn prooi grijpt en meesleurt, en niemand die redding kan bieden.
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Jeremia 25:9
zal ik alle volken van het noorden met mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië, ontbieden-spreekt de HEER. Ik stuur ze op de inwoners van dit land af en op alle omringende volken. Ik breng alle inwoners om; ze zullen afschuw en ontzetting wekken, en dit land zal voor altijd in puin liggen.
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Jesaja 45:1
Dit zegt de HEER tegen Cyrus, zijn gezalfde, die hij bij de rechterhand neemt, aan wie hij volken onderwerpt, voor wie hij koningen ontwapent, voor wie hij deuren opent- geen poort blijft gesloten:
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Mattheüs 15:7
Huichelaars, wat is Jesaja’s profetie toch toepasselijk op u:
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Jesaja 10:13
Want deze beweerde: ‘Op eigen kracht heb ik dit gedaan, in mijn grote wijsheid-want ik ben wijs! Ik heb grenzen verlegd en volken geplunderd, door mijn macht heb ik hen in het stof doen bijten.
Gerelateerd aan Jesaja 10:6
Jeremia 34:22
maar op mijn bevel-spreekt de HEER -zal het naar deze stad terugkeren en haar weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan. Ik maak de steden van Juda tot een woestenij waar niemand meer kan wonen.’
1
2
3