Gerelateerd aan Jesaja 10:28
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
1 Samuel 14:2
Saul had zijn tent opgeslagen onder de granaatappelboom bij Migron, even buiten Gibea. Hij had zeshonderd soldaten bij zich.
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
1 Samuel 13:2
Saul had drieduizend Israëlieten uitgekozen. Tweeduizend waren met hem gelegerd bij Michmas en het gebergte van Betel; duizend lagen er met Jonatan bij Gibea in Benjamin. De rest van het volk werd teruggestuurd naar huis.
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
1 Samuel 13:5
De Filistijnen verzamelden hun troepen om tegen Israël ten strijde te trekken. Met drieduizend strijdwagens en zesduizend paarden, en voetvolk zo talrijk als zandkorrels aan de zee trokken ze op en legerden zich bij Michmas, ten oosten van Bet-Awen.
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
Jozua 7:2
Jozua stuurde een paar mannen van Jericho naar Ai, dat bij Bet-Awen ligt, ten oosten van Betel. Hij droeg hun op dat gebied te verkennen. De mannen verkenden Ai,
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
1 Samuel 17:22
David gaf zijn spullen af aan de foerier en haastte zich naar de gevechtslinie. Daar vond hij zijn broers en hij vroeg hun hoe het met ze ging.
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
Richteren 18:21
De Danieten vervolgden hun tocht; de vrouwen en kinderen lieten ze voorop gaan, samen met het vee en hun andere bezittingen.
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
1 Samuel 14:31
De Israëlieten dreven de Filistijnen die dag terug van Michmas tot Ajjalon. De soldaten, volkomen uitgeput,
Gerelateerd aan Jesaja 10:28
Nehemia 11:31
De Benjaminieten gingen wonen in Geba, Michmas en Ajja, in Betel en de omliggende dorpen,