Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Jeremia 14:17
Zeg tegen hen: Laten mijn ogen vloeien van tranen, nacht en dag. Ogen, kom niet tot rust, want mijn volk is deerlijk verwond, niet te helen is zijn letsel.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Jeremia 9:1
(8:23) Ach, was mijn hoofd maar een waterval, mijn oog een bron van tranen: dag en nacht zou ik huilen over de doden van mijn volk. Ach, had ik maar een nachtverblijf in de woestijn. Ik zou mijn volk verlaten, van hen weggaan.’ ‘Ze zijn allen even trouweloos, het is een bende bedriegers.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Jesaja 22:4
Daarom zeg ik: ‘Laat mij nu alleen. Bittere tranen zal ik wenen om de ondergang van mijn volk. Tracht niet langer mij te troosten.’
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Klaagliederen 2:11
Mijn ogen zijn door tranen verteerd, mijn ingewanden staan in brand, mijn maag keert zich om-vanwege de wonden van mijn volk, omdat kind en zuigeling versmachten op de pleinen van de stad.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Klaagliederen 2:18
Het hart van het volk schreeuwt tot de Heer. -O, muur van Sion, laat je tranen stromen als een rivier, dag en nacht, aan één stuk door; gun je ogen geen rust.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Klaagliederen 1:2
Heel de nacht weent zij, haar wangen zijn nat van tranen. Er is niemand die haar troost, niemand van haar vele minnaars; geen vriend bleef haar trouw, allen zijn haar vijandig gezind.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Jeremia 9:20
“De dood is door onze vensters binnengeklommen, hij is onze paleizen binnengedrongen. Hij maait de kinderen neer in de straten, roeit de jeugd uit op de pleinen.”
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Jeremia 13:17
Als jullie niet naar deze oproep luisteren, zal ik eenzaam huilen om jullie hoogmoed, dan vergiet ik vele tranen, dan zullen mijn ogen in tranen baden, want de kudde van de HEER wordt weggevoerd.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Jeremia 6:26
‘Hul je in het zwart, mijn volk, wentel je in het stof. Rouw als om een enig kind, klaag met bitter rouwbeklag. De verwoester overvalt je, onverhoeds.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Jeremia 9:10
‘Ik maak Jeruzalem tot een ruïne, tot een oord voor jakhalzen. Ik maak Juda’s steden tot een woestenij, waar niemand meer kan wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 9:18
Lukas 19:41
Toen hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad.