Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jeremia 50:29
Stuur boogschutters naar Babel, sla het beleg voor de stad, laat niemand ontkomen. Vergeld wat ze heeft aangericht, doe met haar wat ze zelf heeft gedaan. Ze was hoogmoedig tegenover de HEER, de Heilige van Israël.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jeremia 51:24
Israël, ik zal ze laten boeten, de inwoners van Babel en Chaldea, voor alles wat ze voor jouw ogen in Sion hebben aangericht- spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jeremia 50:33
Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ook al wordt het volk van Israël verdrukt, samen met het volk van Juda, ook al houdt hun vijand hen vast en mogen ze van hem niet gaan-
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Psalmen 137:8
Babel, weldra word je verwoest. Gelukkig hij die wraak zal nemen en jou doet wat jij ons hebt gedaan.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jeremia 51:10
Israël zal zeggen: “De HEER heeft onze rechten hersteld. Kom, laten we in Sion vertellen wat de HEER, onze God, heeft gedaan.”
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jeremia 50:11
Chaldeeën, jullie hebben mijn bezit geplunderd. Ook al waren jullie toen vol blijdschap, ook al hieven jullie vreugdekreten aan, ook al sprongen jullie op als kalveren die mogen dorsen, hinnikten jullie als hengsten-
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jeremia 50:17
Israël was een dolend schaap, door leeuwen van de kudde verdreven. Eerst viel het ten prooi aan de koning van Assyrië, een ander kloof daarna de botten af: Nebukadnessar, de koning van Babylonië.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Openbaring 18:5
Want haar zonden reiken tot aan de hemel en God zal haar onrecht vergelden.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jeremia 51:35
“Moge Babel boeten voor het onrecht dat het ons heeft aangedaan, voor het voedsel dat het ons ontstolen heeft, ”roepen Sions inwoners. “Moge de bevolking van Chaldea boeten voor het bloed dat ze vergoten heeft, ”roept Jeruzalem.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Jakobus 2:13
Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Richteren 1:7
Adonibezek verklaarde: 'Ik heb aan mijn hof wel zeventig koningen van wie ik de duimen en grote tenen heb afgehakt en die zich in leven houden met de kruimels onder mijn tafel. God vergeldt mij nu wat ik hun heb aangedaan!' Hij werd naar Jeruzalem gebracht, en daar is hij gestorven.
Gerelateerd aan Jeremia 51:49
Mattheüs 7:2
Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.