Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Jesaja 47:6

Ik was tegen mijn volk in woede ontstoken, ik heb mijn eigen land ontwijd. Ik heb mijn volk aan jou uitgeleverd en je hebt het niet ontzien, zelfs de oudsten heb je een zeer zwaar juk opgelegd.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Klaagliederen 1:21

Hoor toch hoe ik zucht, er is niemand die mij troost. Al mijn vijanden hoorden van mijn rampspoed en juichten uw daden toe: de dag die u had bepaald, brak aan. -Laat hen nu delen in mijn lot!
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Jesaja 10:6

Je koning zend ik naar een goddeloos volk, ik stuur hem af op het volk dat mij tergde, om te plunderen en te roven en buit te behalen, en hen te vertrappen als vuil op straat.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Psalmen 74:2

Denk aan het volk dat u ooit hebt verworven, de stam die u hebt vrijgekocht, uw eigen bezit, de Sionsberg waar u ging wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Jeremia 46:21

Egyptes huursoldaten zijn gespierd als jonge stieren, maar ook zij nemen de wijk. Ze vluchten allen, geen van hen houdt stand. De dag waarop met hen wordt afgerekend is gekomen, de dag waarop ze in het ongeluk worden gestort.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Klaagliederen 2:15

Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Deuteronomium 32:15

Toen werd Jesurun vadsig en vet, het raakte verzadigd, werd dik en rond. Het kwam in verzet, liep weg van zijn schepper, versmaadde zijn stut en steun, zijn rots.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Spreuken 17:5

Wie een verschoppeling bespot, beledigt zijn schepper, wie zich over iemands ongeluk verheugt, blijft niet ongestraft.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Ezechiel 26:2

'Mensenkind, Tyrus heeft zich vrolijk gemaakt over Jeruzalem, zij heeft uitgeroepen: "De Poort der volken is verwoest en is mij toegevallen. Nu de stad in puin ligt, zal ik mij vullen met haar schatten!"
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Jeremia 5:28

Ze zijn vadsig en vet en slechter dan slecht. Ze staan het recht in de weg, wat wezen toekomt laat hun koud, de belangen van de armen dienen ze niet.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Zacharia 2:8

(2:12) Want de HEER van de hemelse machten, die mij zijn grootheid heeft geopenbaard en die mij gezonden heeft, zegt over de volken door wie jullie geplunderd zijn: 'Wie aan mijn volk komt, komt aan mijn oogappel!
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Psalmen 83:1

Een lied, een psalm van Asaf. (83:2) God, houd u niet stil, zwijg niet, God, zie niet onbewogen toe,
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Obadja 1:12

Die dag had je je niet mogen verlustigen in de rampspoed die je broeder trof, je had je niet mogen verheugen over de ondergang van het volk van Juda, en op die dag van angst had je hen niet mogen bespotten.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Amos 4:1

Vrouwen, luister naar deze woorden! Jullie zijn als vette koeien die de berg van Samaria kaalgrazen: jullie onderdrukken de zwakken, mishandelen de armen en zeggen tegen je man: 'Breng ons iets te drinken!'
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Hosea 10:11

Efraïm was een afgerichte jonge koe, die gewillig dorste. Toen ik haar fraaie hals zag, dacht ik: Ik ga Efraïm inspannen, ik laat Juda ploegen, Jakob eggen.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Jeremia 51:34

“Koning Nebukadnessar van Babylonië heeft mij in stukken gereten, opgevreten. Hij heeft van mij een lege schotel gemaakt. Als een krokodil heeft hij me opgeslokt. Hij heeft zijn buik gevuld met mijn beste vlees en me daarna weggegooid, ” zegt Israël.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Psalmen 22:12

(22:13) Een troep stieren staat om mij heen, buffels van Basan omsingelen mij,
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Psalmen 79:1

Een psalm van Asaf. God, vreemde volken hebben uw land bezet, uw heilige tempel geschonden en Jeruzalem in puin veranderd.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Jeremia 5:8

Het zijn bronstige, hitsige hengsten, ze hinniken allen naar andermans vrouw.
Gerelateerd aan Jeremia 50:11

Zacharia 14:12

De volken die tegen Jeruzalem ten strijde zijn getrokken, zullen door de HEER worden getroffen met een afgrijselijke plaag: terwijl ze nog levend rondlopen zal hij hun vlees laten wegteren van hun botten, hun ogen laten wegrotten in hun kassen en hun tong laten wegrotten in hun mond.
1
2
Volgende