Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Jeremia 2:26

Zoals een betrapte dief te schande staat, zo staat het volk van Israël te schande, de koningen en leiders, de priesters en profeten.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Micha 7:8

Jij die me haat, maak je niet vrolijk over mij. Al ben ik gevallen, ik sta op, al is het donker om mij heen, de HEER is mijn licht.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Klaagliederen 2:15

Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Zefanja 2:8

Ik heb de hoon van Moab gehoord en de spot van Ammon, ik heb gehoord hoe ze mijn volk hoonden en zijn gebied bedreigden.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Ezechiel 25:8

Dit zegt God, de HEER: Moab-en ook Seïr-heeft gezegd dat het volk van Juda niet anders is dan alle andere volken.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Psalmen 79:4

Gehoond worden wij door onze naburen, beschimpt en bespot door de volken rondom.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Ezechiel 36:4

Luister daarom, bergen van Israël, naar de woorden van God, de HEER. Dit zegt God, de HEER, tegen de bergen en tegen de heuvels, tegen de rivierbeddingen en tegen de dalen, tegen de verwoeste puinhopen en tegen de verlaten steden, tegen alles wat is buitgemaakt en bespot door de volken om je heen!
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Spreuken 24:17

Verheug je niet over de val van je vijand, juich niet als hij ten onder gaat.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Ezechiel 36:2

Dit zegt God, de HEER: Vol leedvermaak heeft de vijand geroepen: 'Die oeroude bergen zijn nu van ons!'"
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Ezechiel 26:2

'Mensenkind, Tyrus heeft zich vrolijk gemaakt over Jeruzalem, zij heeft uitgeroepen: "De Poort der volken is verwoest en is mij toegevallen. Nu de stad in puin ligt, zal ik mij vullen met haar schatten!"
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Jeremia 18:16

Zo werd het land een woestenij, een voorwerp van blijvende afschuw. Ieder die voorbijkomt huivert, schudt vol ontzetting het hoofd.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Mattheüs 26:55

Toen zei Jezus tegen de omstanders: ‘Met zwaarden en knuppels bent u uitgetrokken om mij te arresteren, alsof ik een misdadiger ben! Dagelijks was ik in de tempel om onderricht te geven, en toen hebt u me niet gevangengenomen.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Obadja 1:12

Die dag had je je niet mogen verlustigen in de rampspoed die je broeder trof, je had je niet mogen verheugen over de ondergang van het volk van Juda, en op die dag van angst had je hen niet mogen bespotten.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Mattheüs 27:38

Daarna werden er naast hem twee misdadigers gekruisigd, de een rechts van hem, de ander links.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Job 16:4

Zaten jullie op mijn plaats, ik zou hetzelfde tegen jullie inbrengen; ik zou een lange redevoering houden, meewarig schuddend met mijn hoofd.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Psalmen 44:13

(44:14) U hebt ons het mikpunt van spot gemaakt, onze naburen smaden en honen ons,
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Mattheüs 7:2

Want op grond van het oordeel dat je velt, zal er over je geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden.
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Zefanja 2:10

Dat is het loon voor de hoogmoed waarmee ze het volk van de HEER van de hemelse machten hebben gehoond en bedreigd!
Gerelateerd aan Jeremia 48:27

Ezechiel 35:15

zoals jij je verheugde toen het land van het volk van Israël verwoest werd. Jou, Seïrgebergte, zal ik hetzelfde aandoen: een woestenij zul je zijn, jij en de rest van Edom: ze zullen weten dat ik de HEER ben."