Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Gerelateerd aan Jeremia 46:2

2 Koningen 23:29

Tijdens de regering van Josia trok farao Necho van Egypte naar de Eufraat op om zich bij de koning van Assur te voegen. Koning Josia ging de farao tegemoet, maar werd bij het eerste treffen, in Megiddo, door hem gedood.
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Jeremia 46:14

‘Geef orders in Egypte, officieren, geef bevel in Migdol, beveel in Memfis en Dafne: “Op je post, maak je gereed, alle volken om ons heen zijn door het zwaard verslonden.”
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Jesaja 10:9

Is het Kalno niet vergaan als Karkemis? En Hamat als Arpad? Samaria als Damascus?
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Ezechiel 29:1

Op de twaalfde dag van de tiende maand in het tiende jaar richtte de HEER zich tot mij:
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Jeremia 25:1

(1-2) In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia (dit was het eerste regeringsjaar van koning Nebukadnessar van Babylonië), richtte de HEER zich tot Jeremia over de inwoners van Juda en Jeruzalem. De profeet Jeremia sprak toen tot hen:
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Jeremia 45:1

In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, toen Baruch, de zoon van Neria, in een boekrol schreef wat Jeremia hem dicteerde, sprak de profeet de volgende woorden tot hem:
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Jeremia 25:19

de farao, de koning van Egypte, zijn hof, zijn raadsheren en heel zijn volk,
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Jeremia 36:1

In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER zich tot Jeremia:
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

2 Kronieken 35:20

Na dit alles, nadat Josia in de tempel orde op zaken had gesteld, gebeurde het dat koning Necho van Egypte optrok om slag te leveren bij Karkemis aan de Eufraat. Josia trok hem tegemoet.
Gerelateerd aan Jeremia 46:2

Jeremia 25:9

zal ik alle volken van het noorden met mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië, ontbieden-spreekt de HEER. Ik stuur ze op de inwoners van dit land af en op alle omringende volken. Ik breng alle inwoners om; ze zullen afschuw en ontzetting wekken, en dit land zal voor altijd in puin liggen.