Gerelateerd aan Jeremia 46:17
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
Jesaja 19:11
De vorsten van Soan tonen louter onverstand, farao’s wijste raadsheren geven dwaze raad. Hoe kun je tegen de farao zeggen: ‘Een kind van wijzen ben ik, een kind van de koningen van weleer’?
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
Exodus 15:9
De vijand dacht: Ik achtervolg hen, haal hen in, verdeel de buit. Weldra wordt mijn wraaklust bevredigd, ik trek mijn zwaard, ik onderwerp hen weer.
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
1 Koningen 20:10
Daarop zond Benhadad de volgende boodschap: 'De goden mogen met mij doen wat ze willen als er van Samaria genoeg stof overblijft om er alle soldaten die voor mij vechten een handvol van mee te geven.'
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
Ezechiel 29:3
Zeg: "Dit zegt God, de HEER: Farao, ik keer me tegen je, jij, koning van Egypte, jij, grote krokodil die daar ligt in de waterstromen van de Nijl, jij die zegt: 'De Nijl is van mij, ik heb hem voor mijzelf gemaakt.'
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
Ezechiel 31:18
Wie is er aan jou gelijk, wie van de bomen in Eden is zo mooi en zo groot als jij? En toch word jij geveld, net als de bomen van Eden, en naar de onderwereld gebracht; daar zul je liggen te midden van de onbesnedenen, naast hen die door het zwaard zijn gevallen. Zo zal het de farao en heel zijn volk vergaan-spreekt God, de HEER."'
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
Jesaja 37:27
hun inwoners staan machteloos en gloeien van schaamte. Ze zijn als jonge scheuten op de akker, pril groen in de woestijn, tere sprietjes op het dak: verschroeid nog voor ze opgekomen zijn.
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
1 Koningen 20:18
Daarop zei hij: 'Of ze Samaria nu met vreedzame of met vijandige bedoelingen verlaten hebben, zorg dat jullie ze levend in handen krijgen.'
Gerelateerd aan Jeremia 46:17
Jesaja 31:3
De Egyptenaren zijn mensen, geen goden, hun paarden zijn vlees, geen geest. Strekt de HEER zijn hand uit, dan struikelt de helper en valt degene die hulp zocht, en samen gaan ze te gronde.