Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 36:1

In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER zich tot Jeremia:
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 36:4

Op verzoek van Jeremia schreef Baruch, de zoon van Neria, alle woorden van de HEER die Jeremia hem dicteerde in een boekrol.
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 32:12

aan Baruch, de zoon van Neria, de zoon van Machseja. Dat deed ik ten overstaan van mijn neef Chanamel en de getuigen, die het contract mede hadden ondertekend, en in aanwezigheid van alle Judeeërs die zich in het kwartier van de paleiswacht bevonden.
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 36:32

Hierop nam Jeremia een nieuwe rol en gaf die aan de schrijver Baruch, de zoon van Neria. Deze schreef er alles in wat Jeremia hem dicteerde, alles uit de boekrol die koning Jojakim van Juda had verbrand. Bovendien werden er veel woorden van gelijke strekking aan toegevoegd.
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 25:1

(1-2) In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia (dit was het eerste regeringsjaar van koning Nebukadnessar van Babylonië), richtte de HEER zich tot Jeremia over de inwoners van Juda en Jeruzalem. De profeet Jeremia sprak toen tot hen:
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 32:16

Nadat ik het koopcontract aan Baruch, de zoon van Neria, gegeven had, bad ik tot de HEER:
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 36:14

Hierop stuurden de raadsheren Jehudi, de zoon van Netanja, de zoon van Selemja, de zoon van Kusi, naar Baruch, de zoon van Neria, om hem te zeggen dat hij met de rol die hij voorgelezen had, bij de raadsheren moest komen. Baruch kwam met de rol naar hen toe.
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

2 Kronieken 36:5

Jojakim was vijfentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem. Hij deed wat slecht is in de ogen van de HEER, zijn God.
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 43:3

Baruch, de zoon van Neria, stookt u tegen ons op, zodat hij ons aan de Chaldeeën kan uitleveren. En die zullen ons doden of als ballingen naar Babylonië voeren.’
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 36:26

Hij beval Jerachmeël, een lid van de koninklijke familie, Seraja, de zoon van Azriël, en Selemja, de zoon van Abdiël, om de schrijver Baruch en de profeet Jeremia gevangen te nemen. Maar de HEER gaf hun een schuilplaats.
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 36:8

Baruch, de zoon van Neria, deed wat de profeet Jeremia hem had opgedragen. In de tempel van de HEER las hij uit de boekrol voor wat de HEER had gezegd.
Gerelateerd aan Jeremia 45:1

Jeremia 26:1

In het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER de volgende woorden tot Jeremia: