Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 5:6

Daarom werden ze gedood door leeuwen uit het bos, verscheurd door wolven uit de steppe, daarom loerden panters op hun steden. Ieder die zich buiten waagde, werd verscheurd. Niet te tellen zijn hun misdaden, hun ontrouw bleek talloze malen.’
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 2:15

Leeuwen briesen ertegen, heffen een machtig gebrul aan. Ze maken van het land een woestenij, de steden zijn verwoest, ontvolkt.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 25:9

zal ik alle volken van het noorden met mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië, ontbieden-spreekt de HEER. Ik stuur ze op de inwoners van dit land af en op alle omringende volken. Ik breng alle inwoners om; ze zullen afschuw en ontzetting wekken, en dit land zal voor altijd in puin liggen.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jesaja 1:7

Je land is verwoest, je steden zijn verbrand. Vreemden stropen onder je ogen de akkers af, vreemdelingen maken alles tot een woestenij.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Ezechiel 26:7

Want dit zegt God, de HEER: Ik zal Nebukadnessar, de koning van Babylonië, de koning der koningen, naar jou, Tyrus, laten optrekken. Hij komt vanuit het noorden, met paarden, wagens en ruiters, met een groot en machtig leger.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jesaja 6:11

Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

2 Koningen 24:1

Tijdens de regering van Jojakim viel koning Nebukadnessar van Babylonië het land binnen en maakte hij Jojakim tot zijn vazal. En toen Jojakim na drie jaar rebelleerde en tegen Nebukadnessar in opstand kwam,
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 34:22

maar op mijn bevel-spreekt de HEER -zal het naar deze stad terugkeren en haar weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan. Ik maak de steden van Juda tot een woestenij waar niemand meer kan wonen.’
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 25:38

Als een leeuw doemt hij op uit zijn schuilplaats, ja, hun land wordt tot een woestenij door het moordend geweld, door zijn grote toorn.’
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 50:17

Israël was een dolend schaap, door leeuwen van de kudde verdreven. Eerst viel het ten prooi aan de koning van Assyrië, een ander kloof daarna de botten af: Nebukadnessar, de koning van Babylonië.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jesaja 5:9

Ik hoor de HEER van de hemelse machten zweren: ‘Al die huizen zullen tot puin vervallen, zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 49:19

Zoals een leeuw een kudde overvalt vanuit het struikgewas bij de Jordaan, zo val ik Edom binnen en jaag het volk uiteen. Welke held zou ik het laten beschermen? Wie is als ik, wie kan mij trotseren? Welke herder houdt tegen mij stand?
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 33:10

Dit zegt de HEER: Jullie zeggen over dit land dat het een woestenij is, dat er mens noch dier meer leeft. Maar in de steden van Juda en de straten van Jeruzalem, die nu verwoest zijn, waar mens noch dier meer leeft,
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Ezechiel 30:10

Dit zegt God, de HEER: Ik zal de bevolking van Egypte laten uitroeien door koning Nebukadnessar van Babylonië.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 27:8

Het volk of koninkrijk dat zich niet aan hem, koning Nebukadnessar van Babylonië, wil onderwerpen, dat zich niet zijn juk wil laten opleggen, zal ik straffen met het zwaard, de honger en de pest, totdat ik het door zijn toedoen vernietigd heb-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 26:9

‘Hoe durf je in de naam van de HEER te profeteren dat het deze tempel zal vergaan als Silo en dat deze stad een ruïne wordt waar niemand nog zal wonen?’ Al het volk in de tempel liep tegen Jeremia te hoop.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Ezechiel 21:19

(21:24) 'Mensenkind, teken twee wegen waarlangs het zwaard van de koning van Babylonië kan gaan. Beide wegen komen uit hetzelfde land. Maak aan het begin van de twee wegen, die beide naar een stad leiden, een open plek.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

2 Koningen 25:1

In het negende jaar van zijn regering, op de tiende dag van de tiende maand, kwam Nebukadnessar, de koning van Babylonië, met heel zijn leger bij Jeruzalem aan. Hij sloeg er zijn kamp op en wierp een wal op rondom de stad.
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Jeremia 50:44

Zoals een leeuw een kudde overvalt vanuit het struikgewas bij de Jordaan, zo val ik Babel binnen en jaag het volk uiteen. Welke held zou ik het laten beschermen? Wie is als ik, wie kan mij trotseren? Welke herder houdt tegen mij stand?
Gerelateerd aan Jeremia 4:7

Daniel 5:19

en door zijn van God gegeven grootheid beefden alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, van ontzag voor hem. Hij doodde wie hij wilde en liet leven wie hij wilde. Hij verhief wie hij wilde en vernederde wie hij wilde.
1
2
Volgende