Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Jeremia 8:14
‘Waarom talmen wij nog langer? Verzamelen! Laten we ons verschansen in de vestingsteden, onze ondergang afwachten, want de HEER, onze God, heeft ons voor de ondergang bestemd. Hij heeft ons giftig water te drinken gegeven, omdat wij gezondigd hebben tegen de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Jozua 10:20
(20-21) En het leger van Israël keerde pas terug naar Jozua, naar de legerplaats bij Makkeda, nadat het de vijand vernietigend verslagen had, tot de laatste man, en nadat de paar vijanden die nog konden vluchten, waren ontkomen in hun vestingsteden. Van Israël was geen enkele soldaat ook maar een haar gekrenkt.
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Jeremia 6:1
Vlucht, volk van Benjamin, vlucht uit Jeruzalem! Blaas de ramshoorn in Tekoa, geef vuursignalen boven Bet-Hakkerem. Onheil dreigt uit het noorden, alles stort ineen.
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Hosea 8:1
Zet de ramshoorn aan je mond! Gieren cirkelen boven het volk van de HEER, want het heeft het verbond met mij geschonden en is in opstand gekomen tegen mijn wet.
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Jeremia 9:12
De HEER zei: ‘Omdat ze de wet die ik hun voorgehouden heb niet in acht hebben genomen. Ze hebben niet naar mij geluisterd en niet volgens mijn wet gehandeld,
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Jeremia 5:20
Zeg het volk van Jakob en roep Juda toe:
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Jeremia 35:11
Dat we nu in Jeruzalem zijn, komt doordat koning Nebukadnessar van Babylonië het land is binnengevallen. Toen besloten we uit vrees voor de legers van de Chaldeeën en de Arameeërs naar Jeruzalem te vluchten.’
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Amos 3:8
Een leeuw heeft gebruld-wie zou er niet vrezen? God, de HEER, heeft gesproken-wie zou er niet profeteren?
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Ezechiel 33:2
'Spreek, mensenkind, zeg tegen je volksgenoten: "Als ik het zwaard op een land afstuur, en het volk dat daar woont heeft iemand als wachter aangesteld,
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Jeremia 11:2
‘Laat allen luisteren naar de bepalingen van dit verbond, zeg tegen de bevolking van Juda en Jeruzalem:
Gerelateerd aan Jeremia 4:5
Amos 3:6
Klinkt ooit in een stad de ramshoorn zonder dat haar inwoners bang worden? En geschiedt er ooit onheil in een stad zonder toedoen van de HEER?