Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Nehemia 1:3

Ze vertelden me dit: 'Het gaat heel slecht met de mensen die de ballingschap hebben overleefd en die nu in de provincie Juda wonen. Ze zijn er het mikpunt van spot, want de muur van Jeruzalem is afgebroken en de poorten zijn in vlammen opgegaan.'
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 38:18

Maar als u zich niet overgeeft aan de bevelhebbers van de koning van Babylonië, zal deze stad in handen van de Chaldeeën worden gegeven. Ze zullen haar in vlammen doen opgaan en u zult niet aan hen ontkomen.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 21:10

Want ik heb mij tegen deze stad gekeerd: ik zal haar niet redden, maar ten onder laten gaan-spreekt de HEER. Ze zal de koning van Babylonië in handen vallen en hij zal haar in vlammen doen opgaan.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 52:13

Hij stak de tempel van de HEER in brand, en ook het koninklijk paleis en alle andere huizen van Jeruzalem; alle huizen van de welgestelden gingen in vlammen op.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

2 Koningen 25:9

Hij stak de tempel van de HEER in brand, en ook het koninklijk paleis en alle andere huizen van Jeruzalem; alle huizen van de welgestelden gingen in vlammen op.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Micha 3:12

Daarom, door jullie toedoen, zal de Sion als een akker worden omgeploegd, zal Jeruzalem een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 37:10

En ook al zouden jullie de Chaldese troepen, die jullie opnieuw zullen aanvallen, verslaan, dan zouden zelfs de gewonden die overblijven uit hun tenten komen en deze stad in vlammen doen opgaan.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jesaja 5:9

Ik hoor de HEER van de hemelse machten zweren: ‘Al die huizen zullen tot puin vervallen, zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Klaagliederen 1:10

De vijand heeft zijn hand naar haar kostbaarheden uitgestrekt. Zij moet aanzien hoe het heiligdom betreden wordt door vreemde volken, aan wie u de toegang tot de gemeenschap had ontzegd.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 34:22

maar op mijn bevel-spreekt de HEER -zal het naar deze stad terugkeren en haar weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan. Ik maak de steden van Juda tot een woestenij waar niemand meer kan wonen.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

2 Kronieken 36:19

Ze staken de tempel van God in brand en haalden de stadsmuur van Jeruzalem neer. Ook alle paleizen werden in brand gestoken en gingen met kostbaarheden en al in vlammen op.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Klaagliederen 2:7

De Heer heeft zijn altaar versmaad, zijn heiligdom verworpen, de muren van Sions paleizen prijsgegeven aan haar vijanden; hun stemmen galmen door het huis van de HEER, als op een feestdag.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 17:27

Maar als jullie geen gehoor geven aan mijn gebod om de sabbat als heilige dag te vieren, als jullie op die dag goederen door de poorten van Jeruzalem naar binnen blijven brengen, zal ik de poorten in vlammen doen opgaan, en zal vuur de burchten van Jeruzalem verteren-en niemand die het zal blussen.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 7:20

Daarom, dit zegt God, de HEER: Ik stort over dit land, over de mensen, de dieren, de bomen en gewassen op het veld mijn grote woede uit. Alles zal branden, en niets zal worden geblust.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 9:10

‘Ik maak Jeruzalem tot een ruïne, tot een oord voor jakhalzen. Ik maak Juda’s steden tot een woestenij, waar niemand meer kan wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Jeremia 34:2

‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ga naar koning Sedekia van Juda en zeg tegen hem: Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië, die haar in vlammen zal doen opgaan.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Amos 2:5

Ik zal Juda in vlammen doen opgaan; vuur zal de burchten van Jeruzalem verteren.
Gerelateerd aan Jeremia 39:8

Klaagliederen 2:2

De Heer heeft Jakobs weidegrond meedogenloos verwoest, hij heeft in zijn woede de vestingen van Juda vernietigd, hij heeft het koninkrijk vernederd en zijn leiders onteerd.