Gerelateerd aan Jeremia 39:15-18

Gerelateerd aan Jeremia 39:15

2 Timotheüs 2:9

daarom heb ik veel te verduren en ben ik zelfs als een misdadiger gevangengezet. Maar het woord van God laat zich niet gevangenzetten;
Gerelateerd aan Jeremia 39:15

Jeremia 39:14

lieten Jeremia uit het kwartier van de paleiswacht halen. Hij werd toevertrouwd aan Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan, die hem naar huis bracht. Zo kwam Jeremia weer op vrije voeten.
Gerelateerd aan Jeremia 39:15

Jeremia 37:21

Koning Sedekia beval toen Jeremia over te plaatsen naar het kwartier van de paleiswacht. Daar kreeg hij elke dag een brood uit de Bakkersstraat, totdat al het brood in de stad op was. Jeremia bleef in het kwartier van de paleiswacht.
Gerelateerd aan Jeremia 39:15

Jeremia 36:1

In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER zich tot Jeremia:
Gerelateerd aan Jeremia 39:15

Jeremia 32:1

In het tiende regeringsjaar van koning Sedekia van Juda (het achttiende regeringsjaar van Nebukadnessar, de koning van Babylonië) richtte de HEER zich tot Jeremia.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Daniel 9:12

God heeft groot onheil over ons gebracht en het dreigement uitgevoerd dat hij tegen ons en onze leiders had geuit; in de hele wereld is nog niet gebeurd wat Jeruzalem is overkomen.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Zacharia 1:6

Toch hebben mijn woorden en de wetten die ik mijn dienaren de profeten had opgedragen te verkondigen, jullie voorouders getroffen."' Toen kwam het volk tot inkeer en erkende: 'De HEER van de hemelse machten heeft vanwege onze handel en wandel met ons gedaan wat hij zich had voorgenomen.'
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 26:20

Er was nog een ander die als profeet optrad in de naam van de HEER: Uria uit Kirjat-Jearim, de zoon van Semaja. Ook hij profeteerde tegen Jeruzalem en Juda, en hij verkondigde hetzelfde als Jeremia.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 21:7

En dan-spreekt de HEER -lever ik koning Sedekia van Juda, zijn hof en allen die in deze stad de pest, het zwaard en de honger hebben overleefd, uit aan koning Nebukadnessar van Babylonië, aan hun vijanden, die hun naar het leven staan. Hij zal hen aan het zwaard rijgen en niemand sparen; hij zal onverbiddelijk zijn en geen medelijden hebben.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jozua 23:14

Luister. Nu ik de weg moet gaan die ieder mens wacht, moet u goed beseffen dat de HEER, uw God, geen van de beloften heeft gebroken die hij u heeft gedaan. Hij heeft ze alle gestand gedaan, hij heeft er niet één gebroken.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 26:18

‘Toen Hizkia koning van Juda was trad Micha uit Moreset op als profeet. Hij zei tegen het volk van Juda: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: De Sion zal als een akker worden omgeploegd, Jeruzalem zal tot een puinhoop worden, de tempelberg tot een overwoekerde heuvel.”
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 44:28

Er zal maar een klein aantal aan het zwaard ontkomen en vanuit Egypte naar Juda terugkeren. Alles wat er nog van Juda is overgebleven en naar Egypte is uitgeweken, zal weten wiens woorden standhouden-die van mij of die van hen.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 34:22

maar op mijn bevel-spreekt de HEER -zal het naar deze stad terugkeren en haar weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan. Ik maak de steden van Juda tot een woestenij waar niemand meer kan wonen.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 35:17

Daarom-dit zegt de HEER, de God van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal over Juda en de bevolking van Jeruzalem al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ik heb tot hen gesproken, maar zij hebben niet geluisterd; ik heb hen geroepen, maar zij hebben niet geantwoord.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 38:7

Ebed-Melech, een hoveling afkomstig uit Nubië, hoorde daarvan. Hij bevond zich in het koninklijk paleis, terwijl de koning zitting hield in de Benjaminpoort.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 36:31

Ik zal hem, zijn kinderen en zijn hovelingen voor hun wandaden laten boeten. Ik zal over hen, de bevolking van Jeruzalem en die van Juda al het onheil brengen dat ik hun heb aangekondigd. Want ze hebben niet willen luisteren.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 26:15

Maar besef wel dat u door mij te doden onschuldig bloed vergiet, waarvoor u zelf, deze stad en de inwoners zullen boeten, want werkelijk, de HEER heeft mij gestuurd om u te waarschuwen.’
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 24:8

Maar die bedorven vijgen die niet meer te eten zijn-ja, dit zegt de HEER: Die vijgen staan voor koning Sedekia van Juda, en voor zijn raadsheren en de mensen uit Jeruzalem die in dit land zijn overgebleven of in Egypte zijn gaan wonen.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 5:14

Daarom-dit zegt de HEER, de God van de hemelse machten: Omdat zij dit durven te zeggen, maak ik dit volk tot brandhout, maak ik mijn woorden in jouw mond tot een vlam die hen verslindt.
Gerelateerd aan Jeremia 39:16

Jeremia 19:11

en zeg tegen hen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Zo zal ik dit volk en deze stad stukslaan. Zoals iemand een kruik aan stukken slaat, zo zal ik Tofet treffen-onherstelbaar. Omdat er nergens anders plaats meer is, zullen ze hun doden zelfs in dit dal begraven.
1
2
3
Volgende