Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Jeremia 26:11

De priesters en de profeten namen het woord. Ze zeiden tegen de leiders en alle andere aanwezigen: ‘Deze man verdient de dood. U hebt zelf kunnen horen wat hij over deze stad heeft geprofeteerd.’
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Exodus 5:4

Maar de koning van Egypte zei: 'Mozes en Aäron, hoe durft u het volk van zijn werk af te houden? Vooruit, aan het werk!'
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Amos 7:10

Toen stuurde Amasja, de priester van Betel, deze boodschap aan Jerobeam, de koning van Israël: 'Amos hitst de Israëlieten tegen u op; het volk zal geen weerstand aan zijn woorden kunnen bieden.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

1 Koningen 21:20

Toen Achab Elia zag, zei hij: 'Mijn vijand heeft me dus weer weten te vinden.' 'Ik heb u gevonden, 'antwoordde Elia. 'U hebt u ertoe geleend iets te doen dat slecht is in de ogen van de HEER.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Handelingen 16:20

waar ze hen voorleidden aan de stadsbestuurders. Ze zeiden: ‘Deze mensen brengen onze stad in rep en roer. Het zijn Joden,
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Jeremia 29:7

Bid tot de HEER voor de stad waarheen ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

1 Koningen 18:17

en zodra hij hem in het oog kreeg riep hij uit: 'Bent u het, Elia? U, die Israël in het ongeluk hebt gestort?'
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Nehemia 6:9

Ze waren er allemaal op uit ons bang te maken, zodat we het werk zouden opgeven en er niets meer gebeuren zou. Maar ik pakte het werk juist voortvarend aan.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

2 Kronieken 24:21

Maar men spande tegen hem samen, en op bevel van de koning werd hij in de voorhof van de tempel gestenigd.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Jeremia 36:12

ging hij naar het paleis van de koning. Hij betrad het vertrek van de hofschrijver, waar de raadsheren in vergadering bijeen waren: Elisama, de hofschrijver, Delaja, de zoon van Semaja, Elnatan, de zoon van Achbor, Gemarja, de zoon van Safan, Sedekia, de zoon van Chananja, en de andere raadsheren.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Handelingen 17:6

maar toen ze hen daar niet aantroffen, sleepten ze Jason en enkele andere leerlingen mee naar de stadsprefecten, tegen wie ze schreeuwden: ‘De mensen die in het hele rijk de orde verstoren, zijn nu ook hier gekomen,
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Jeremia 26:21

Toen koning Jojakim, de bevelhebbers en de raadsheren zijn profetieën hoorden, wilde de koning hem ter dood laten brengen. Uria kwam dat te weten en vluchtte in paniek naar Egypte.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Handelingen 24:5

Het is ons gebleken dat deze man een ware pest is en dat hij overal ter wereld onlusten onder de Joden veroorzaakt. Als een van de voornaamste leiders van de sekte van de Nazoreeërs
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Micha 3:1

En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen?
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Ezechiel 22:27

De leiders in de stad waren als wolven die hun prooi verscheuren. Door bloed te vergieten, door mensen te gronde te richten, joegen ze hun eigen gewin na.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Handelingen 28:22

Wel zouden we graag van u horen wat uw denkbeelden zijn, want het is ons bekend dat de groep waartoe u behoort overal op verzet stuit.’
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Ezra 4:12

Het zij de koning bekend dat de Judeeërs die bij u zijn weggegaan bij ons in Jeruzalem zijn aangekomen, en dat zij deze opstandige en slechte stad aan het herbouwen zijn: ze herstellen de muren en repareren de fundamenten.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Zefanja 3:1

Wee de opstandige, bezoedelde, gewelddadige stad!
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Johannes 11:46

Maar enkelen gingen naar de Farizeeën om hun te vertellen wat Jezus gedaan had.
Gerelateerd aan Jeremia 38:4

Lukas 23:2

Daar brachten ze de volgende beschuldigingen tegen hem in: ‘We hebben vastgesteld dat deze man ons volk van het rechte pad afbrengt en de mensen ervan weerhoudt belastingen aan de keizer te betalen en dat hij van zichzelf zegt de messiaanse koning te zijn.’