Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jeremia 26:9
‘Hoe durf je in de naam van de HEER te profeteren dat het deze tempel zal vergaan als Silo en dat deze stad een ruïne wordt waar niemand nog zal wonen?’ Al het volk in de tempel liep tegen Jeremia te hoop.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jesaja 30:10
Tegen de zieners zeggen zij: ‘Voor ons geen visioenen!’ en tegen de schouwers: ‘Schouw niet naar waarheid. Spreek leugens tegen ons en valse profetieën.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jesaja 29:21
wie een ander valse beweringen ontlokt, wie de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jesaja 45:9
Wee degene die de strijd aanbindt met hem door wie hij gevormd is-een potscherf tussen de potscherven. Zegt klei soms tegen wie hem vormt: ‘Wat ben je eigenlijk aan het maken?’ of: ‘Deze pot heeft niet eens oren!’
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Deuteronomium 29:19
(29:18) Mocht zo iemand bij het horen van de vervloekingen menen: Als ik mijn eigen koppige hart volg zal het me evengoed voor de wind gaan, en zichzelf daarmee geruststellen, dan zet hij alles wat hij is en heeft op het spel.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Job 15:24
Tegenspoed en angst benauwen hem, overweldigen hem als een koning die ten strijde trekt.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jeremia 32:3
Koning Sedekia had hem daar gevangengezet omdat hij had geprofeteerd: ‘Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië; hij zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Handelingen 5:28
‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jeremia 32:28
Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de Chaldeeën, koning Nebukadnessar van Babylonië zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Handelingen 5:39
maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou weleens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’ De leden van het Sanhedrin stemden met hem in
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jeremia 21:4
Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik zal jullie dwingen je niet langer buiten, maar binnen de muren van de stad tegen de koning van Babylonië en de Chaldeeën te verdedigen.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jeremia 28:8
Sinds mensenheugenis hebben de profeten die vóór jou en mij hebben geleefd tegen veel landen en machtige koninkrijken niets dan oorlogen, onheil en pest geprofeteerd.
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Job 40:8
Wil je mijn recht loochenen, wil je mij schuldig verklaren en zelf vrijuit gaan?
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
1 Korinthe 10:22
Of willen we de Heer tergen? Zijn we soms sterker dan hij?
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jeremia 21:10
Want ik heb mij tegen deze stad gekeerd: ik zal haar niet redden, maar ten onder laten gaan-spreekt de HEER. Ze zal de koning van Babylonië in handen vallen en hij zal haar in vlammen doen opgaan.’
Gerelateerd aan Jeremia 36:29
Jeremia 34:21
Ook koning Sedekia van Juda en zijn raadgevers lever ik uit aan hun vijanden, die hun naar het leven staan. Ik lever hen uit aan het leger van de koning van Babylonië. Dat trekt nu van jullie weg,