Gerelateerd aan Jeremia 33:17
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
1 Koningen 2:4
en dan zal de HEER zijn woord aan mij gestand doen: Als je zonen het rechte pad houden en mij met hart en ziel toegewijd blijven, dan zal er altijd een van jouw nakomelingen op de troon van Israël zitten.
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
1 Kronieken 17:11
Wanneer je leven voorbij is en je met je voorouders verenigd wordt, zal ik je laten opvolgen door een van je eigen nakomelingen en hem een bestendig koningschap schenken.
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
Lukas 1:32
Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven.
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
Psalmen 89:29
(89:30) Zijn dynastie houd ik voor altijd in stand, zijn troon zolang de hemel duurt.
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
1 Koningen 8:25
Daarom vraag ik u, HEER, God van Israël, of u zich ook wilt blijven houden aan wat u uw dienaar, mijn vader David, hebt beloofd, namelijk dat u zijn nakomelingen de troon van Israël nooit zult ontzeggen, zolang wij tenminste op het rechte pad blijven door u toegewijd te zijn, zoals ook hij u toegewijd was.
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
Jesaja 9:7
(9:6) Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten.
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
2 Samuel 7:14
Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon: als hij zondigt, zal ik hem kastijden met stok- en zweepslagen, zoals een vader doet,
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
Jeremia 35:19
Daarom-dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Er zullen altijd nakomelingen van Jonadab, de zoon van Rechab, zijn die mij dienen.’
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
1 Kronieken 17:27
Welnu, zegen dus mijn koningshuis opdat het altijd standhoudt. U, HEER, bent het die zegent. U bent gezegend voor altijd.'
Gerelateerd aan Jeremia 33:17
2 Samuel 3:29
Moge het bloed van Abner, de zoon van Ner, gewroken worden aan Joab en zijn familie. Laat er in Joabs familie altijd iemand zijn die een druiper of de schurft heeft, iemand die met krukken loopt, een gewelddadige dood sterft of honger lijdt.'