Gerelateerd aan Jeremia 32
Gerelateerd aan Jeremia 32:1
2 Koningen 25:1
In het negende jaar van zijn regering, op de tiende dag van de tiende maand, kwam Nebukadnessar, de koning van Babylonië, met heel zijn leger bij Jeruzalem aan. Hij sloeg er zijn kamp op en wierp een wal op rondom de stad.
Gerelateerd aan Jeremia 32:1
Jeremia 39:1
-in het negende regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, in de tiende maand, kwam koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger bij Jeruzalem aan en sloeg het beleg voor de stad;
Gerelateerd aan Jeremia 32:1
Jeremia 25:1
(1-2) In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia (dit was het eerste regeringsjaar van koning Nebukadnessar van Babylonië), richtte de HEER zich tot Jeremia over de inwoners van Juda en Jeruzalem. De profeet Jeremia sprak toen tot hen:
Gerelateerd aan Jeremia 32:1
2 Kronieken 36:11
Sedekia was eenentwintig jaar oud toen hij koning werd. Elf jaar regeerde hij in Jeruzalem.
Gerelateerd aan Jeremia 32:1
Jeremia 52:4
In het negende jaar van zijn regering, op de tiende dag van de tiende maand, kwam koning Nebukadnessar van Babylonië met heel zijn leger bij Jeruzalem aan en ze sloegen er hun kamp op. Ze wierpen een wal op rondom de stad
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Jeremia 37:21
Koning Sedekia beval toen Jeremia over te plaatsen naar het kwartier van de paleiswacht. Daar kreeg hij elke dag een brood uit de Bakkersstraat, totdat al het brood in de stad op was. Jeremia bleef in het kwartier van de paleiswacht.
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Nehemia 3:25
Palal, de zoon van Uzai, werkte tegenover de Punt en de hoge uitspringende toren van het koninklijk paleis, bij het plein van de paleiswacht. Daarnaast werkten Pedaja, de zoon van Paros,
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Jeremia 38:6
Ze brachten Jeremia naar de waterkelder van prins Malkia, in het kwartier van de paleiswacht, en lieten hem aan touwen zakken. In de put stond geen water meer; er was alleen modder, waarin Jeremia wegzakte.
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Jeremia 33:1
De HEER richtte zich voor de tweede maal tot Jeremia, die nog steeds in het kwartier van de paleiswacht gevangen zat:
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Jeremia 32:8
Het gebeurde zoals de HEER had gezegd. Mijn neef Chanamel kwam naar het kwartier van de paleiswacht en vroeg mij: “Koop alsjeblieft mijn akker in Anatot, in het gebied van Benjamin. Jij hebt als losser het recht van eerste koop, jij kunt hem in de familie houden.” Ik begreep dat dit een opdracht van de HEER was
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Jeremia 36:5
Jeremia zei tegen hem: ‘Nu men mij belet om in de tempel van de HEER te komen,
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Jeremia 32:3
Koning Sedekia had hem daar gevangengezet omdat hij had geprofeteerd: ‘Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië; hij zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Mattheüs 5:12
Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.
Gerelateerd aan Jeremia 32:2
Jeremia 39:13
Nebuzaradan, de commandant van de lijfwacht, rabsaris Nebusazban, rabmag Nergal-Sareser en de andere hoge ambtenaren van de koning van Babylonië
Gerelateerd aan Jeremia 32:3
Jeremia 34:2
‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ga naar koning Sedekia van Juda en zeg tegen hem: Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië, die haar in vlammen zal doen opgaan.
Gerelateerd aan Jeremia 32:3
Jeremia 21:4
Dit zegt de HEER, de God van Israël: Ik zal jullie dwingen je niet langer buiten, maar binnen de muren van de stad tegen de koning van Babylonië en de Chaldeeën te verdedigen.
Gerelateerd aan Jeremia 32:3
Jeremia 26:8
Nadat hij tegen hen gezegd had wat de HEER hem had opgedragen, grepen ze hem vast. ‘Sterven moet jij!’ riepen ze.
Gerelateerd aan Jeremia 32:3
Jeremia 32:28
Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de Chaldeeën, koning Nebukadnessar van Babylonië zal haar innemen.
Gerelateerd aan Jeremia 32:3
Jeremia 2:30
Ik heb jullie kinderen gestraft; vergeefs, ze hebben niets geleerd. Jullie zwaard verslond je profeten, als een verscheurende leeuw.
Gerelateerd aan Jeremia 32:3
2 Koningen 6:31
De koning riep uit: 'God mag met mij doen wat hij wil als het hoofd van Elisa, de zoon van Safat, vanavond nog op zijn romp zit!'
1
2
3
4
5
6
7