Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Jeremia 38:18
Maar als u zich niet overgeeft aan de bevelhebbers van de koning van Babylonië, zal deze stad in handen van de Chaldeeën worden gegeven. Ze zullen haar in vlammen doen opgaan en u zult niet aan hen ontkomen.’
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Jeremia 38:23
Al uw vrouwen en uw kinderen worden aan de Chaldeeën uitgeleverd. Ook u zult niet aan hen ontkomen, maar gevangengenomen worden en aan de koning van Babylonië worden uitgeleverd. En deze stad zal in vlammen opgaan.’
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Jeremia 37:17
Op een dag liet koning Sedekia hem in het geheim naar zijn paleis brengen. Hij vroeg: ‘Heeft de HEER gesproken?’ ‘Ja, ‘antwoordde Jeremia, ‘u zult worden uitgeleverd aan de koning van Babylonië.’
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
2 Koningen 25:4
werd er een bres in de stadsmuur geslagen. Hoewel de Chaldeeën rondom de stad lagen, wisten alle soldaten 's nachts te ontkomen via de poort tussen de beide stadsmuren die uitkwam op de tuin van de koning. De koning vluchtte in de richting van de Jordaanvallei,
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Jeremia 39:4
Toen koning Sedekia van Juda en de soldaten hen zagen, vluchtten zij. Ze verlieten ‘s nachts de stad via de koninklijke tuin en de poort tussen de beide stadsmuren. De koning vluchtte in de richting van de Jordaanvallei,
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Ezechiel 17:13
Hij sloot een verdrag met een telg uit het koningshuis en liet hem een eed van trouw zweren. De andere machthebbers voerde hij uit het land weg,
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Ezechiel 21:25
(21:30) En wat jou betreft, goddeloze, ontaarde vorst van Israël: voor jou is de dag van de afrekening gekomen.
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Jeremia 52:8
maar het Chaldese leger zette de achtervolging in en haalde Sedekia in op de vlakte van Jericho. Heel zijn leger werd uiteengeslagen
Gerelateerd aan Jeremia 32:4
Ezechiel 12:12
Hun vorst zal ook een last op zijn schouders laden en naar buiten gaan als het helemaal donker is. Ze zullen een gat in de stadsmuur maken om hem door te laten, en hij zal zijn gezicht bedekken, want hij zal zijn land niet meer terugzien.